De enorme koersuitslagen op de beurzen de laatste tijd doen de vraag rijzen of financiële markten wel zo efficiënt functioneren als vaak wordt beweerd. De beleggingsindustrie kent veel aanhangers van de efficiënte markt theorie. Deze theorie veronderstelt dat niemand in staat is de beurs gedurende langere tijd te verslaan omdat alle beschikbare informatie reeds in de koersen zou zijn verdisconteerd.
Er is de laatste 30 jaar veel academisch onderzoek verricht naar de efficiëntie van de financiële markten. Dit onderzoek is zeker van belang omdat het verregaande implicaties kan hebben voor beleggers en fondsbeheerders. "Marktefficiëntie" is een van de meest controversiële thema’s omdat de meningen erover sterk zijn verdeeld. Zo verklaarde ’s werelds meest vermaarde belegger Warren Buffett het fascinerend te vinden hoezeer de consensus er van uit lijkt te gaan dat de aarde plat is. "Beleggen in een markt waarvan beleggers denken dat deze efficiënt is heeft veel weg van het spelen van bridge tegen iemand aan wie verteld is dat het geen zin heeft om naar de kaarten te kijken". De tekortkoming in de efficiënte markt theorie is dat het kennis gelijkstelt aan actie. Beleggers kunnen weliswaar over de kennis beschikken maar hun emoties verhinderen hen uiteindelijk deze kennis ook rationeel toe te passen.
De efficiënte markt theorie gaat zoals gezegd uit van de veronderstelling dat alles wat bekend is reeds in de prijzen is verwerkt. Maar wat is nu eigenlijk een "prijs"? De afgelopen maanden waren we getuige van enorme koersuitslagen op de beurs. Zo kon het gebeuren dat bepaalde aandelen op een enkele dag met wel 15 % konden stijgen of dalen. Was het bedrijf nu op één enkele dag zoveel meer of minder waard geworden? Nee, natuurlijk niet. De prijs van een aandeel heeft erg weinig van doen met de waarde van het onderliggende bedrijf. De koers van het aandeel is als het ware met het bedrijf verbonden middels een enorm stuk elastiek dat wild naar onder of boven kan doorschieten.
Een prachtig voorbeeld vormt de koersvorming van het Amerikaanse naaimachinebedrijf Singer tijdens de beruchte oktobercrash van 1929. Aanvankelijk werd Singer verhandeld tegen een koers van $ 100. In de totale chaos gedurende deze rampzalige crash was niemand nog bereid het aandeel te kopen tegen welke prijs dan ook. Totdat een wanhopige verkoper uiteindelijk een koper had kunnen vinden. De koper kreeg het aandeel voor de schamele prijs van $ 1. Was Singer nu echt 99 % minder waard geworden op één enkele dag? Zijn beleggers rationeel? Is alle informatie in de koersen verwerkt? Zijn markten efficiënt? Het heeft er veel van weg van niet.
De prijsvorming van aandelen is een psychologisch proces. Wanneer de koersen stijgen wordt vaak ten onrechte beweerd dat er meer kopers zijn dan verkopers. Dat is niet zo. Voor iedere koper is er altijd een verkoper. Anders zou er immers geen handel kunnen plaatsvinden. In tegenstelling tot het aantal kopers of verkopers is echter de intensiteit waarmee gehandeld wordt van belang. In een opgaande trend zijn kopers optimistisch en bereid wat extra te betalen. Ze kopen het aandeel in de verwachting dat het nog verder zal gaan stijgen. In een dalende trend zijn kopers daarentegen angstig en slechts bereid te kopen tegen een korting. In een opgaande markt voelen de kopers zich sterk terwijl in een dalende markt de verkopers overheersend zijn.
Elke prijs is een consensus tussen koper en verkoper op het moment waarop een transactie tot stand komt. Soms komt deze prijsvorming in een rustige omgeving tot stand en soms in een omgeving waarin de beurzen wild op hol slaan. Wijze beleggers proberen te kopen in rustige tijden en te verkopen in hectische beurzen. Wanneer de kopers de overhand hebben is een buy-and-hold strategie raadzaam maar wanneer de verkopers de overhand hebben is het raadzaam te verkopen of short te gaan. Wanneer beide kampen in evenwicht zijn blijft de verstandige belegger aan de zijlijn. Een belegger die goed weet in te spelen op bovengenoemd kuddegedrag kan er zijn voordeel mee doen. De belegger die daarentegen heilig gelooft in de efficiënte markt theorie is als een rubberbootje op een wilde oceaan dat alle kanten opslaat. Een belegger die bijvoorbeeld 10 jaar geleden was ingestapt in een mandje AEX-aandelen en de hele periode was blijven zitten heeft een zeer wilde rit achter de rug maar geen cent verdiend. Markten zijn zeer moeilijk te voorspellen maar zeker niet efficiënt.
Jan-willem Nijkamp
|