Oud-topman van ABN AMRO Rijkman Groenink leek woensdag zowaar wat zenuwachtig toen hij tegenover de commissie-De Wit zat. Niet geheel onbegrijpelijk, na alle commotie rond de overname van de bank. Ook (het forse bedrag van) de verzilverde aandelen die Rijkman Groenink bij aftreden meekreeg, deden veel stof opwaaien. Kortom: hij had genoeg uit te leggen.
Die verzilverde aandelen had de voormalig bankier overigens zelf ook liever niet gehad. “Ik heb die beloning met woestheid geaccepteerd. Maar de aandelen kreeg ik nou eenmaal bij mijn aantreden en het mag ook wel eens duidelijk zijn dat niet wij zelf, maar de raad van bestuur deze regels bepaalt.” Regels die wat hem betreft geen risicovolle ‘perverse prikkels’ veroorzaken, mits er goede controle op is. Bovendien, benadrukte Rijkman Groenink nog maar eens, had hij zelf liever een heel andere situatie gezien. “De overname van ABN AMRO had wat mij betreft door Barclays gedaan moeten worden. Die hadden een ander beloningsbeleid voor ogen.”
Dat de oud-topman dus geen voorstander was van de verkoop van ABN AMRO aan het bankentrio RBS, Santander en Fortis, kwam meerdere keren aan bod. “Het was bizar, onverantwoordelijk en een gevaar voor de financiële stabiliteit van de bank”, zo luidden enkele van zijn expliciete uitspraken. Bovendien baarde de zwakke positie van het trio Rijkman Groenink zorgen, waarbij hij vooral vraagtekens zette bij de positie van Fortis. “Die bank betaalde veel te veel voor het deel van ABN dat verkregen werd, men kwam negen miljard tekort.” Op de vraag waarom dat zo was, antwoordde hij: “Ze wilden niet weten wat ze kochten.”
Politiek signaal
Ernstige twijfels dus, die regelmatig weer de kop op staken tijdens het verhoor. Keer op keer werd daarom de vraag gesteld of die twijfels ook kenbaar zijn gemaakt aan de toezichthouders, De Nederlandsche Bank (DNB) en de minister van Financiën in het bijzonder. Daar volgde zonder aarzelen of uitzondering een volmondig ‘ ja’ op. De oud-ABN-er stak zijn lof voor de toezichthouders ook niet onder stoelen of banken: “Ze hebben altijd gehoor gegeven aan mijn signalen en reageerden daar zorgvuldig en adequaat op.” Ook DNB-president Nout Wellink was een tegenstander van de overname door het bankentrio, aldus Rijkman Groenink. Een politiek signaal, bijvoorbeeld door geen verklaring van geen bezwaar te geven, was daarom volgens hem op zijn plaats geweest. “Dan had de overheid uiteindelijk ABN AMRO niet hoeven redden van de ondergang en dertig miljard euro uitgespaard.”
Tijdens zijn slotwoord stelt Rijkman Groenink dan ook dat hij het betreurt dat de bank verdwenen is. “Ik heb dat niet tegen kunnen houden en ben er ook niet in geslaagd om anderen daarvan te overtuigen.” Zodoende betrok hij aan het einde van het verhoor toch nog wat schuld op zichzelf. Al bleef dat nog voorzichtig. Dat er veel boosheid is over de rol van bankiers tijdens de kredietcrisis, begrijpt hij wel, maar hij nuanceert ook daarin weer zijn eigen rol. “We zijn allemaal maar een radar in het geheel.”
|