(Van onze redactie) - De WTO-onderhandelingen in Genève zijn mislukt. Het vrijhandelsoverleg loopt nu al bijna 7 jaar sinds de start in de Qatarese hoodstad, Doha. Vertegenwoordigers uit 153 landen waren de afgelopen anderhalve week bijeen om een akkoord te bereiken over vrije handel. Het akkoord moest arme landen helpen om hun landbouwproducten makkelijker te kunnen exporteren. In ruil hiervoor zouden de rijkere landen toegang krijgen tot de markt van opkomende economieën als China en India.
De VS, China en India geven elkaar de schuld voor het mislukken van de top. De opkomende economieën eisten dat zij hun boeren mochten beschermen tegen buitenlandse landbouwgoederen. Amerika had maandag al gewaarschuwd dat deze eis van tafel moest.
Pascal Lamy WTO-topman Pascal Lamy geeft aan dat er meerdere oorzaken zijn voor het vastlopen van het overleg. Hij verwacht dat de gesprekken over een nieuw vrijhandelsakkoord later zullen worden hervat. Hij is dan ook nog niet van plan ‘om de handdoek in de ring te werpen’.
Europese Commissie Voorzitter Jose Manuel Barroso van de Europese Commissie vindt het mislukken van het WTO-overleg een ‘grote teleurstelling voor de EU, voor de Europese Commissie en voor mij’. Een akkoord zou volgens hem een welkome impuls hebben gegeven aan de wereldeconomie. “We hebben absoluut alles gedaan wat we konden om de verschillende gezichtspunten te verzoenen en een compromis te vinden.''
Nederland Staatssecretaris Frank Heemskerk (Economische Zaken) vindt het ‘ongelooflijk jammer’ dat er geen overeenstemming is bereikt over een vrijere internationale handel. “Een akkoord zou veel winst kunnen betekenen'', zei Heemskerk. “Niet alleen voor de allerarmste landen maar ook voor bedrijven en consumenten in Nederland, want vrije handel leidt tot lagere prijzen en dus meer koopkracht.''
Amerika De voorstellen tot concessies die de Verenigde Staten hebben gedaan, blijven op tafel volgens de Amerikaanse onderhandelaar Susan Schwab. De Verenigde Staten boden onder meer aan het maximumbedrag dat zij jaarlijks aan landbouwsubsidies verstrekken, te verlagen. Dat voorstel ging veel ontwikkelingslanden echter niet ver genoeg.
Opkomende economieën Opkomende economieën India en Brazilië zijn zeer teleurgesteld over de mislukte onderhandelingen. Beide landen zien nog steeds kansen om de zogeheten Doha-ronde, zoals de WTO-onderhandelingen ook wel worden genoemd, later tot een goed einde te brengen.
Tijdslijn November 2001: De WTO-leden komen voor het eerst samen in de Qatarese stad Doha om de wereldwijde economische groei een impuls te geven door handelsbeperkingen uit de weg te ruimen of in elk geval te verminderen. Er wordt afgesproken voor 1 januari 2005 een akkoord te hebben.
Januari 2002: In Genève, het hoofdkwartier van de Wereldhandelsorganisatie, worden de thema's waarover moet worden gesproken, verdeeld over verschillende onderhandelingsgroepen.
Maart 2003: De eerste barsten in de onderhandelingen worden zichtbaar. De WTO-leden missen verschillende deadlines voor het terugdringen van tariefmuren voor de landbouw en subsidies voor de productie in eigen land. Ook de onderhandelingen over de industrie lopen de eerste vertragingen op.
September 2003: De deelnemende landen komen voor een nieuwe WTO-top bijeen in het Mexicaanse Cancun. Ontwikkelingslanden maken een voorstel van de Verenigde Staten en Europa over de landbouw met de grond gelijk. Onder leiding van India en Brazilië wordt het onderhandelingsblok van ontwikkelingslanden de G20 gevormd. De onaangename sfeer leidt tot een vroegtijdig einde van de top.
Juli 2004: Onderhandelaars worden het in Genève eens over een raamwerk om de Doha-ronde tot een einde te brengen, maar de belangrijkste knopen worden niet doorgehakt. De gestelde deadline wordt niet gehaald.
December 2005: De WTO houdt in Hongkong zijn inmiddels vijfde ministeriële bijeenkomst. De landen spreken af om exportsubsidies voor de landbouw voor 2013 te schrappen. De onderhandelingen lopen stuk op afspraken over subsidies voor de landbouwproductie in eigen land en de tarieven.
Juli 2006: De onderhandelingen worden opgeschort omdat de zes belangrijkste partijen, de VS, de Europese Unie, Brazilië, India, Japan en Australië, er niet in slagen de impasse over de landbouwsector te doorbreken. In februari het jaar erop worden de onderhandelingen hervat.
Juni 2007: Wederom mislukken de gesprekken. India en Brazilië vinden dat de Verenigde Staten en de Europese Unie te weinig concessies willen doen en een te grote toegang tot de opkomende markten vragen.
Juni 2008: Een select groepje ministers komt bij elkaar om het raamwerk voor afspraken over de internationale industrie en landbouw vorm te geven met het doel de rest later in te vullen met alle deelnemende landen.
Juli 2008: De deelnemende landen komen weer bij elkaar in Genève. Op 29 juli lopen de onderhandelingen stuk, onder meer omdat de Verenigde Staten en India het niet eens kunnen worden over de mate waarin arme landen hun boeren mogen beschermen tegen excessieve stijgingen van de import van landbouwproducten.
j. van vlerken
|