Woensdag steeg de rente voor Italiaans schuldpapier met een looptijd van 10 jaar tot 7,5%. Nieuwsdiensten kwamen razendsnel met nieuws dat dit het percentage was waarbij de vorige keren hulp van het Europese noodfonds EFSF was ingeroepen. Beurzen zagen in Italië - na Ierland, Portugal en Griekenland - weer een nieuw slachtoffer en daalden met 3,5%.
Italië is de derde economie van Europa, de vijfde economie van de G8 en de zevende economie van de wereld. Italië heeft een relatief lage werkloosheid van 8% en had een begrotingstekort van slechts 3,2% in het tweede kwartaal van 2011. Een jaar eerder was het nog lager, namelijk 2,5%. Daarom kwam het nieuws ook zo hard aan. Italië is te groot om te redden.
Staatschuld van 1.900 miljard euro, nou en?
Met Italië leek tot voor kort niets aan de hand, maar waarom kwam het land deze week dan toch negatief in het nieuws als potentieel nieuw slachtoffer van de Europese schuldencrisis? Probleem is (eigenlijk is het helemaal geen probleem) dat de staatsschuld van Italië heel groot is, namelijk 1.900 miljard euro. Dat is 120% van het BNP. Ter vergelijking: de staatsschuld van Nederland was in 2010 ongeveer 380 miljard. Dat is 65% van het BNP. Italië moet elk jaar voor vele miljarden nieuwe staatsleningen sluiten. Dat geeft speculanten de mogelijkheid om geld te verdienen. Als het namelijk lukt om de rente te laten oplopen, krijgen ze een hogere rente vergoed. Ook zijn er speculanten die geld kunnen verdienen als Italië failliet zou gaan. Dus als de wolven op de financiële markten een nieuw zwak schaapje zien, dan liggen daar kansen.
Al in juni van dit jaar lag Italië onder vuur. Als reactie daarop presenteerde premier Berlusconi toen een bezuinigingsplan van 47 miljard euro. De andere EU-landen probeerden de aandacht af te leiden, maar toch was de aandacht op Italië gevestigd. Wat jaren goed was gegaan, wat niemand als een probleem had ervaren, werd deze week nu wél een probleem.
Opeens was de hoge staatschuld van Italië reden voor ineenstorting van de ‘zwakke' economie van Italië (zoals de media deze week al in koor riepen), hoewel Italië geen enkel probleem heeft om de rente op zijn lopende leningen te betalen. Alleen het feit dat er een grote staatsschuld was, was al voldoende reden voor de ineenstorting. Dat was even vreemd als dat de bank opeens bij u zou aankloppen en zou aangeven dat de hoogte van uw hypotheek een probleem is, ook al betaalde u elke maand netjes de rente en aflossing, en dat de bank zou besluiten de rente voortaan te verhogen.
Europa moet kiezen
Het is de vraag of Italië – na Ierland, Portugal en Griekenland – het volgende slachtoffer dreigt te worden van de Europese schuldencrisis. Als politici ook nu weer besluiteloos de problemen maanden voor zich uitschuiven, dan is de EU verloren, want dan volgt Spanje ook, en België, en als de banken verliezen gaan leiden, ook Frankrijk. Dan stort alles in. Dan wordt pijnlijk duidelijk dat een Verenigd Europa, met één munt, een brug te ver is.
Dan worden alle zwakheden duidelijk van de huidige opzet, nl. wel een gezamenlijke munt heeft, maar geen gezamenlijke economische en fiscale systemen en geen toezichthouder met bevoegdheden om landen te dwingen een uniform beleid te voeren. Nog steeds landgebonden staatobligaties i.p.v. Europese staatobligaties. Een besluitvorming waarbij elk land door een veto uit te spreken, de besluitvorming kan tegenhouden. Met 17 eurolanden is het al moeilijk om iedereen op één lijn te krijgen, hoe moet dat in een EU die tweemaal zo groot is?
Europa moet met de billen bloot. Nu een aantal zuidelijke landen in problemen verkeren, moet duidelijk worden wat politici over hebben voor een verenigd Europa. Wil je speculanten de wind uit de zeilen nemen, dan moeten maatregelen worden genomen die de vastbeslotenheid om Europa te redden, onderstrepen. En dat gebeurt niet. Geen Europese obligaties, geen eurocommissaris die toezicht houdt, geen EFSF met een mandaat van 2.000 miljard, geen extra steun aan Griekenland. Maar niet landen laten vallen als ze over de scheef gaan. Zelfs als Griekenland – een land dat slechts 2,5% van het BNP van de EU uitmaakt - uit de eurozone zou stappen, zou dat volgens Europese politici hele grote consequenties hebben. Hoe komen ze er bij.
Meer integratie?
Woensdag gaf president Sarkozy zelf aan dat de opzet van de EU niet klopt. Hij begon over een twee-snelheden-Europa. Een zg. Kerneuropa van de 17 leden van de EU met een sterke integratie en lossere samenwerkingsverbanden met andere landen.
Door de Europese schuldencrisis worden ook de nadelen van de integratie zichtbaar, en blijkt dat de opzet van de EU nog vele losse einden bevat. Om die op te lossen moet een keuze worden gemaakt: meer integratie of juist minder. Sarkozy en Merkel pleiten voor meer integratie. Dat is begrijpelijk want zij zijn de grootste landen en zullen waarschijnlijk ook de belangrijkste bewindspersonen leveren en de meeste invloed uitoefenen.
Of minder integratie?
Maar er pleit ook veel voor een oplossing met juist minder integratie. Teruggaan naar de essentie: voornamelijk economische samenwerking. Immers, de huidige EU is oorspronkelijk voortgekomen uit de Europese Economische Gemeenschap, ontstaan in 1958. Een economisch samenwerkingsverband van Nederland, België, Luxemburg, West-Duitsland, Frankrijk en Italië om gezamenlijk een blok te vormen tegen andere sterke economieën. Pas in de jaren tachtig kwam het idee op voor verdere integratie van de Europese landen. Dat resulteerde in 1992 in het Verdrag van Maastricht. De Europese Unie was een feit.
Opeens ging Europa zich op veel meer vlakken met de interne aangelegenheden van landen bemoeien en voerde het een gezamenlijk beleid op het gebied van Justitie, Binnenlandse Zaken, Buitenlands beleid, Veiligheid en Milieu, en kwam er uiteindelijk een Europees parlement. Wat mij betreft was dit al een stap te ver. In economische samenwerking zie ik voordelen, maar de vorming van een Europese regering die gaat bepalen wat goed is voor al die burgers met verschillende talen, gebruiken, achtergronden en geschiedenis ging mij veel te ver en lijkt mij nu nog steeds een onmogelijkheid om te realiseren. (Wat is de overeenkomst tussen Nederlanders, Finnen, Oostenrijkers, Polen, Letten, Bulgaren, Grieken?).
Ook de bevolking vond het een stap te ver. In een referendum spraken zowel Franse als Nederlandse burgers zich uit tegen verdere integratie. Ze stemden tegen de Europese grondwet. In een later stadium heeft toen de regering Balkenende zelf alsnog voor de Europese grondwet gekozen en heeft de mening van burgers links laten liggen. Een weinig democratisch gang van zaken.
Nadelen van de euro
De invoering van de euro in 1999 (voor beleggingen) en in 2002 leek leuk voor op vakantie en politici vertelden ons dat het bedrijfsleven er veel voordeel van had, maar gewone burgers merkten vooral dat de prijzen omhoogschoten. Inflatiecijfers van 4 tot 4,5% waren de eerste jaren na 2002 normaal.
Nu merken we ook dat één munt soms helemaal niet handig is. Als Griekenland nog steeds de Drachme had gehad, en een eigen monetair beleid had gevoerd, dan had niemand het over de Europese schuldencrisis gehad, maar zou het de Griekse schuldencrisis zijn geweest. Dan had Griekenland de munt kunnen laten devalueren om extra omzet te genereren en om van de schulden af te komen. Door gebruik van één gezamenlijke munt werd deze uitweg geblokkeerd. Waar zijn de voordelen gebleven?
Keuzes maken
Europa moet dus keuzes maken. Kiezen voor meer integratie naar het Amerikaanse model met afzonderlijke staten met één regering, eventueel landen op een lossere manier verbonden, of alleen economische samenwerking op vrijwillige basis zonder de eigen nationale integriteit te verliezen. Ik kies voor economische samenwerking, nationale integriteit en vrijwilligheid. Zonder Europees parlement. We kunnen nu starten met de Europese desintegratie. Weg met de EU, leve de EEG!
Martin Plooi
Martin Plooi
|