Waarom vastgoed?
Ondanks waarschuwingen van de AFM, die veel uitgevers van vastgoed CV's verwijten dat in de prospectus de risico's worden onderbelicht, wint deze investeringsvorm aan populariteit. Vaak worden hoge rendementen in het vooruitzicht gesteld, maar is te weinig duidelijk waar de eventuele winst vandaan moet komen. Maar wat is risico? Een belegger, of commandiet in het geval van een aandeelhouder van een vastgoed CV, weet dat hij mee profiteert van de winst, terwijl hij of zij bij verlies alleen de inleg verspeelt.
In die zin is het risico betrekkelijk; de belegger loopt vooral risico wanneer hij zonder enige verdieping geld in 'zomaar' een fonds stort. Met enige bestudering zijn ook in dit risicovolle beleggingssegment de gevaren behoorlijk goed in te schatten.
Eigen huis
Feitelijk is elke huizenbezitter ook een belegger in vastgoed. Bijna zonder uitzondering hebben deze mensen een slimme investering gedaan. De verwachting is dat in ieder geval de prijzen moeiteloos in pas kunnen blijven met de inflatie; het huis zal dus zelden minder waard zijn bij verkoop, zelfs relatief gezien niet. Bovendien heeft de investering een bijkomend voordeel dat aandelen, opties of obligaties missen: er kan gewoond worden in het vastgoed. Dat klinkt wellicht simplistisch, maar als huizenbezitter ontrekt u zich in ieder geval aan het betalen van huur en bent u niet langer kwetsbaar voor huurverhogingen: uw woonkosten blijven gelijk. Daarnaast stimuleert de overheid huizenbezit. Hierdoor zijn de voorwaarden voor hypothecaire leningen gunstiger dan voor andere leningen, terwijl ook belastingtechnisch gezien voordeel te behalen is. Gekoppeld aan de min of meer gegarandeerde stijging van de huizenprijzen, zou iedereen er goed aan doen een huurhuis te verruilen voor een koopwoning.
De kredietcrisis heeft wel enige kentering veroorzaakt in het enthousiasme over de huizenmarkt. Door de economische onzekerheid zijn veel mensen voorzichtig geworden en staan huizen langer te koop. Dat heeft uiteraard ook gevolgen voor de huizenprijzen. In sommige gevallen is de huizenprijs al gedaald, de explosieve stijging van de huizenmarkt is in ieder geval (voorlopig) voorbij. Daarnaast wordt het steeds moeilijker voor mensen om een hypotheek te krijgen. Banken zijn niet zo happig meer op de risico's die ze lopen bij het verstrekken van tophypotheken.
Vanzelfsprekend is het daarbij wel van belang dat de voorwaarden waartegen een huis wordt gekocht, binnen het vermogen van de koper liggen. Een te dure woning kan, bijvoorbeeld bij verlies van inkomsten, ertoe leiden dat niet aan de aflossing kan worden voldaan. Bij gevolg raakt de koper het huis weer kwijt. Bovendien zijn de duurdere huizen het meest kwetsbaar bij een economische terugval. Daarnaast is een voornaam gevaar de afschaffing van de hypotheekrente aftrek. Volgens sommigen een onvermijdelijkheid die het beste zo vlug mogelijk moet worden doorgevoerd, volgens anderen een belangrijk hulpmiddel dat de kansen voor alle Nederlanders op eigen huizenbezit vergroot, dat eventueel langzaam moet worden afgebouwd. Dat die afschaffing er komt en uiteindelijk noodzakelijk zal zijn, wordt door weinig mensen betwijfeld. De politiek is in ieder geval nog lang niet van dit vraagstuk af. Voor wat betreft de hypotheek is het verstandig om meerdere bancaire instellingen te bezoeken ten einde een passende lening te verkrijgen. Daarbij is het geen schande om met behulp van de offerte van de een, de ander te bewegen daar onder te gaan zitten. Ondanks bepaalde onzekerheden blijft een vastgoedinvestering in de vorm van een eigen huis bijna gegarandeerd de moeite waard.
|