Nadat de kredietcrisis zich als een olievlek had verspreid door de financiële sector, waren de gewone mensen aan de beurt. Er volgde een zware recessie, de zwaarste sinds de Tweede Wereldoorlog. Economieën krompen als te heet gewassen T-shirts.
De recessie werd voorafgegaan door financiële onrust. Die onrust leidde tot dalingen van productie en bestedingen. Hierdoor werd de wereldeconomie enorm aangetast. In verschillende landen in Azië daalde de export met tientallen procenten en ook in de Westerse landen waren de productiedalingen groot.
In Nederland bedraagt de krimp van de economie over 2009 waarschijnlijk bijna 5%, alhoewel het Centraal Planbureau verwacht dat de krimp volgend jaar afneemt. Een krimp van 5% is echter historisch laag en we hebben dat aan de kredietcrisis te danken. De grootste boosdoener blijkt de ineenstorting van de wereldhandel. Die is met bijna één zesde gedaald in vergelijking met vorig jaar. Omdat Nederland met zijn open economie sterk afhankelijk is van de wereldhandel, wordt de recessie hier flink gevoeld.
Hoewel de krimp van de economie in Nederland dus enorm is, hebben veel Nederlanders nog niet echt last van de crisis. De koopkracht bleef op peil in 2009, met name doordat er bijna geen inflatie was. De prijzen stegen niet of nauwelijks en dit had een gunstig effect op de portemonnee van de gemiddelde burger. De recessie wordt in Nederland waarschijnlijk later gevoeld, omdat de werkloosheid achterloopt op de recessie. Waarschijnlijk zal de werkloosheid in het najaar al flink oplopen en volgend jaar kan die doorstijgen tot bijna 10% van de beroepsbevolking.
Ook in de toekomst krijgen we te maken met de gevolgen van de kredietcrisis. Door de crisis hebben overheden veel geld gestoken in de economie, onder meer om banken overeind te houden. Door stimuleringen en reddingsacties van banken zijn de staatsschulden en begrotingstekorten flink opgelopen. Het zal even duren voordat deze schulden weer terugbetaald zijn. In Nederland heeft de regering al aangekondigd om flink te gaan bezuinigen vanaf 2011 om het begrotingstekort terug te brengen.
Toen de kredietcrisis op zijn hoogtepunt was, vreesden verschillende economen voor een zware depressie, vergelijkbaar met die uit de jaren ’30 in de vorige eeuw. Doordat overheden op tijd ingrepen en de economie stimuleerden, is de recessie niet omgeslagen in een depressie. Door de stimuleringen van de verschillende overheden werd de economie kunstmatig op gang gehouden en dat heeft waarschijnlijk geholpen.
Joop van Vlerken
|