Ongerustheid over de financiële positie van banken zorgde de laatste twee weken voor grote koersdalingen. De reden was de aankondiging, door minister van financiën Timothy Geithner, van een stress test voor de grote banken in de VS.
De Dow Jones daalde in die periode van boven de 7.900 punten naar 7.270 punten op 26 februari, de AEX daalde van 260 punten naar 220 punten.
De stress test zou een consistente, realistische test zijn en meten hoe de financiële situatie van banken zich zou houden in het geval de economische toestand verder zou verslechteren. Dat zou uiteindelijk een lijstje moeten opleveren van goede en slechte banken.
De goede banken zouden geen hulp meer nodig hebben van de overheid, de slechte banken wel.
Dat was het officiële verhaal. De markt concludeerde echter dat de slechte banken dan genationaliseerd zouden worden, want dat was tot nu toe steeds het geval geweest. Dat zou de aandeelhouderswaarde tot nul reduceren. De markt wist ook snel welke banken het slachtoffer zouden worden: Citigroup en Bank of America. Deze werden vervolgens massaal verkocht. Citigroup daalde 44% in slechts één week, Bank of America daalde 32%.
ING slachtoffer
Nederland had een eigen slachtoffer: ING. Het fonds daalde van €5,72 op 13 februari naar €2,80 op 24 februari, een daling van ruim 50%. Ook nu vreesden beleggers dat de marktwaarde zo sterk zou dalen dat overheidsingrijpen onvermijdelijk zou worden en ING evenals ABN AMRO en Fortis in overheidshanden zou vallen.
Minister Bos van Financiën gaf echter geen krimp en herhaalde dat ING een gezond bedrijf was met een goede kapitaalpositie.
De markt bedaarde pas toen de voorzitter van de Fed, Ben Bernanke, woensdag aangaf dat de stress test niet bedoeld was om banken te nationaliseren maar om te helpen.
Beleggers willen meer duidelijkheid
De stress test van de banken was ook een stress test voor de belegger. Na maanden van zijdelingse koersbewegingen zakte de koersen weg tot niveaus uit 2003 en 1997.
Het Obama-effect was even helemaal uitgewerkt. Precies zoals in oktober, toen Paulson zijn plan lanceerde, wilden beleggers duidelijkheid en snel concrete maatregelen. In beide gevallen werden ze teleurgesteld.
Nog steeds werden ze geconfronteerd met de oude vragen waarop ze geen antwoord kregen: hoe slecht zijn de banken er aan toe? Komt er een ‘bad bank’ die een deel van de slechte leningen van de banken overneemt? Worden nog meer banken genationaliseerd? Worden huizenbezitters in nood nu eindelijk geholpen? Wanneer verbetert de economie?
Fiscaal voordeel van $8.000
Ook de economische indicatoren gaven geen hoop. Een verwachte stijging van de verkopen van bestaande huizen in de VS ging niet door. Over januari was een stijging verwacht door de lage rente (30 jaar vast op 5%) en de gedaalde huizenprijzen (14% in een jaar). De realiteit was een daling van de verkopen. In januari werden op jaarbasis slechts 4,49 miljoen huizen verkocht, de laagste stand sinds juli 1997. Wat echter door weinigen werd opgemerkt was dat de daling niet werd veroorzaakt door de verslechterde marktomstandigheden (zoals iedereen dacht) maar door de invoering van een fiscaal voordeel van $8.000 die de regering Obama zou instellen voor alle starters op de woningmarkt. Omdat in januari nog onzeker was of de maatregel werkelijk doorgang zou vinden (Obama was nog geen president), stelden veel kopers de aankoop van een huis uit.
In Nederland bleef de onduidelijkheid even groot. Het kabinet roept steeds dat de economie moet worden gestimuleerd, maar doet niets. Wat resteert zijn plannen voor bezuinigingen zoals de verhoging van de leeftijd voor de AOW, verlaging van de hypotheekrenteaftrek, de roep om loonmatiging. Dan is het niet gek dat burgers geen vertrouwen hebben in de toekomst en aankopen voor duurzame goederen uitstellen.
Ambitieuze doelstellingen en daadkracht nodig
Stijgende beurzen kunnen alleen worden bereikt door vertrouwen in de toekomst. Dat kan alleen worden gewonnen door ambitieuze doelstellingen, een helder stappenplan en daadkracht. Tot nu toe hebben regeringsleiders die duidelijkheid nog niet kunnen verschaffen.
Waarom niet garanderen dat geen enkele bank meer failliet gaat? Waarom niet garanderen dat alle huiseigenaren in nood hulp krijgen en in hun huis kunnen blijven wonen? Waarom geen tijdelijke afschaffing van de ‘mark to market’ accountantsregel? Waarom nog steeds geen slechte leningen van banken opgekocht en in een beursfonds gestopt dat toegankelijk is voor beleggers? Voor Europa: waarom niet op Europees niveau afgesproken dat elke Europees land 1% van het BNP aan stimuleringsprojecten besteedt? Waarom niet massaal geld gestopt in de productie van alternatieve energie? Binnen 30 jaar is de olie toch op, dus investeringen zijn onvermijdelijk.
De markt heeft duidelijkheid nodig en wil het effect van de plannen zien. Pas als het effect van plannen in de economische- en bedrijfscijfers doordringt kan de beurs substantieel omhoog. Dat zal nog enkele maanden duren. Maar dan is er ook geen houden meer aan. Tot dan blijft beleggen een doorlopende stress test.
|