Grote bedrijven zoals Philips, Akzo Nobel, DSM, ASML en ING hebben een grote aantrekkingskracht op beleggers. Het zijn bedrijven waarmee beleggers bekend zijn en daardoor lijken de risico's kleiner om er in te beleggen. Bovendien is er veel informatie over deze aandelen te vinden en zijn er behalve aandelen ook afgeleide producten zoals opties en turbo's.
Largecaps
Toch lopen beleggers grote risico's met hun belegging in deze largecaps. Vanwege het internationale karakter van deze fondsen, staan de fondsen bloot aan de grillen van de internationale markten. De manier waarop de AEX wordt samengesteld versterkt dat risico nog. Het criterium voor toelating is vooral de omzet in het fonds. Een hype zoals de opkomst van internet eind jaren negentig zorgde ervoor dat veel ICT-bedrijven de AEX bevolkten. Toen de hype uitliep op een dotcom-crisis, stortte de koers van die bedrijven volledig in en werd de AEX meegetrokken. Veelbelovende bedrijven als Baan, KPNQwest, Worldonline zijn al jaren uit de AEX verdwenen.
Dat is de reden dat de AEX in 2002 nog een onwaarschijnlijk hoge stand van 700 bereikte, en daarna instortte. Tijdens de volgende crisis – de kredietcrisis – daalde de AEX zelfs tot onder de 200 punten. Op dit moment is de AEX hersteld tot 360 punten, maar het zal nog wel even duren voordat de hoogste stand van voor de kredietcrisis, 560 punten op 17 juli 2007, zal worden bereikt.
Vergelijking AEX met AMX
In de AMX zijn de midcap-fondsen opgenomen en in de AScX zijn de lokale fondsen opgenomen. Veel AMX-fondsen staan ook bloot aan internationale factoren, maar er wordt minder in gespeculeerd. Bovendien zijn het vaak groeiende opkomende bedrijven.

Als we de AEX met de AMX vergelijken over de laatste 6 jaar, van begin 2005 tot 2011 dan is duidelijk dat de meeste winst kon worden behaald met een belegging in de AMX-index. De AMX behaalde over een periode van 6 jaar een rendement van 40% na een dieptepunt van -40% op middenin de kredietcrisis, terwijl de AEX op een rendement van 0% uitkomt. De AMX heeft de gevolgen van de kredietcrisis inmiddels op 10% na verwerkt, terwijl voor de AEX nog een koerssprong van 50% nodig is, uitgaande van een stand van 360 punten.
Beleggingsfondsen
Ook in het rendement van beleggingsfondsen is het verschil duidelijk te zien.
Typische beleggingsfondsen die zich richten op kleinere lokale bedrijven behaalden de laatste vijf jaar betere resultaten dan fondsen die zich richten op largecaps (hoewel de kredietcrisis diepe wonden in het rendement heeft geslagen).
Het Kempen Orange Fund behaalde een jaarlijks rendement van 6%, het Delta Lloyd Deelnemingen Fonds 5,2% en het Kempen SenSe Fonds 2,4%. Ondanks de kredietcrisis behaalde u dus toch elk jaar een positief rendement. Ter vergelijk: beleggingsfondsen die zich richten op Largecaps in Nederland zoals Robeco Hollands Bezit, Delta Lloyd Nederland fonds, ING Dutch Fund behaalden beduidend lagere resultaten met resp. -0,7%, -0,9% en -2,2%.
Een vergelijking op Europees niveau toont de verschillen duidelijk. Het Fidelity European Smaller Companies Fund boekte een geannualiseerd rendement van 0,5% en het Fidelity European Euro Blue Chip-fund kwam niet verder dan -2,1%.

Vergelijken we alle beleggingsfondsen die Easyinvest.nl bijhoudt over een periode van een jaar, dan presteren de Smallcaps op dit moment het best. Een gemiddeld rendement van 20% werd behaald, tegenover slechts 4,3% voor de AEX. Zelfs de Mijnbouw-sector legt het af tegen de Smallcaps met een rendement van 16%.
Een Small- en Midcaps-fonds behoort dus thuis in elke portefeuille. Het mag dan minder sexy zijn als de fondsen uit de AEX, maar het levert meer op.
Martin Plooi
Martin Plooi
|