Twee maanden geleden hintte de voorzitter van de Europese Centrale Bank, Jean-Claude Trichet, op een aanstaande renteverhoging. Vorige maand werd de rente verhoogd van 1 tot 1,25%. Hoewel deze verhoging in feite geen enkele invloed had op de inflatie, was het signaal toch belangrijk: de ECB nam de inflatiebeschrijding serieus. Het had echter ook een neveneffect. Analisten trokken namelijk de conclusie dat de ECB in 2011 nog enkele renteverhogingen zou kunnen doorvoeren. In de VS had de voorzitter van de Fed, Ben Bernanke, juist aangegeven de lage rente nog geruime tijd te handhaven.
Dat had consequenties voor de waarde van de dollar tegenover de euro. De dollar verzwakte van 1,35 twee maanden geleden tot 1,48 op woensdag 4 mei. Een jaar geleden stond de dollar nog op 1,25.
Olieprijs van $92 naar $128 per vat
Door de zwakke dollar zochten beleggers hun heil in commodities, met name ruwe olie. Die worden vaak als een hedge gebruikt bij een dalende dollar. Daardoor steeg de olieprijs de laatste maanden bijzonder sterk. Wat ook meespeelde was de stroom van goede economische cijfers. De economische groei nam toe, de werkloosheid werd teruggedrongen en de kwartaalresultaten stegen. Een wereldeconomie die weer op stoom komt heeft olie nodig, dus ook vanuit dat oogpunt was de stijging van de olieprijs te verwachten. Tenslotte hield de ‘Arabische lente' de prijzen hoog.
De prijs van een vat Brent steeg de afgelopen weken tot $128. Begin van het jaar werd nog $92 betaald. Analisten van Goldman Sachs adviseerden klanten drie weken geleden nog om winst te nemen in oliefondsen, omdat de prijsstijgingen wel erg snel waren gegaan.
Rente door ECB niet verhoogd
Gisteren verraste Trichet de markt opnieuw door de rente niet te verhogen. Trichet had blijkbaar begrepen dat zijn renteverhoging meer nadelen dan voordelen had. In zijn toelichting benadrukte hij dat de ECB scherp op de inflatie zal blijven letten, maar hij vermeed de term ‘scherpe waakzaamheid'. Beleggers trokken daaruit de conclusie dat ook in juni de rente niet verhoogd zou worden.
Daardoor werd de dollar plotsklaps 2% sterker ten opzichte van de euro en sloot donderdag op 1,45. De olieprijs daalde echter nog veel sterker. De prijs van een vat Brent daalde 10%, tot onder de $110 voor een vat. Ook andere commodities daalden. De S&P GSCI-index van 24 commodities daalde donderdag 7%. Over de gehele week was de daling 10%.
Er werd dus winst genomen in de sectoren energie, basismaterialen en mijnbouw.
Economische cijfers minder positief
Helaas speelde niet alleen de dollar-euro-verhouding een rol. Ook enkele tegenvallende economische cijfers uit de VS zorgden druk. Allereerst bleek de groei van de Amerikaanse economie te zijn teruggevallen van 3,1% op jaarbasis in het vierde kwartaal van 2010 tot 1,8% in het eerste kwartaal van 2011. Ook de ISM-inkoopmanagersindex voor de servicesector daalde onverwacht sterk van 57,3 in maart tot 52,8 in april. Ook nam deze week het aantal werkloosheidsaanvragen in de VS onverwacht toe met 43.000 tot 474.000.
De cijfers zaaiden twijfel over de sterkte van het banencijfer over april. Al twee maanden bedraagt de groei van het aantal banen ongeveer 200.000. Beleggers hoopten stilletjes dat het cijfer over april zou verrassen en de banengroei zou kunnen oplopen tot 250.000 à 300.000. De cijfers van salarisstrookverwerker ADP, die een mooie indicatie vormen, waren echter teleurstellend. ADP zag het aantal private banen in april met 179.000 toenemen. Voor de officiële cijfers wordt nu een toename van 185.000 verwacht in april, na een toename van 216.000 in maart. Voor een goede stimulans van de economie moeten er echter minstens 300.000 banen per maand bijkomen. Dat wordt moeilijk, aangezien de Amerikaanse overheid flink aan het bezuinigen is. Vrijdagmiddag worden de cijfers gepubliceerd.
Lagere olieprijs gunstig voor inflatie
De recente daling van de olieprijs en stijging van de dollar hoeft niet nadelig voor beleggers te zijn. Integendeel, het biedt alleen maar voordelen als deze trend nog enige tijd blijft voortbestaan. Een steeds zwakker wordende dollar is nl. onvoordelig voor Europese beleggers die dollar-genoteerde fondsen beleggen zoals Emerging Markets. De koerswinst verdwijnt als sneeuw voor de zon door de alsmaar dalende koers van de dollar. Daardoor ziet de koersgrafiek (in dollars) er mooi uit, maar het rendement in euro's is bedroevend.
Vanzelfsprekend is de lagere olieprijs positief voor iedereen die een auto rijdt, maar olie wordt overal gebruikt in de economie, niet alleen als brandstof, maar ook als grondstof voor andere producten. De hoge olieprijs was de voornaamste oorzaak van de sterk gestegen inflatie. In de eurozone steeg de inflatie zelfs tot 2,8% op jaarbasis in april.
In veel opkomende markten is de hoge inflatie een ware plaag. In India zag de regering zich zelfs genoodzaakt de rente niet met een kwart procent te verhogen, maar vanaf nu steeds met een half procent. En de rente staat daar al op 7,25% en nog is het niet genoeg om de torenhoge inflatie van bijna 8% te beteugelen.
Voor beleggers én niet-beleggers is het mooiste scenario die van een dalende olieprijs en een stijgende dollar. Dat beteugelt de inflatie, voorkomt renteverhogingen, geeft stabiel rendement en geeft rust. Als het banencijfer dan ook nog eens zou verrassen, dan kunnen de markten de weg naar boven weer oppakken.
Martin Plooi
Martin Plooi
|