Waarom rente?
Voor beleggers speelt rente een grote rol. Wanneer de Centrale Bank, zoals de ECB, aangeeft dat de rente wordt verhoogd of verlaagd, heeft dat direct zijn uitwerking op de beurzen en markten.
De rente heeft dan ook rechtstreeks invloed op de economie. Ten tijden van de kredietcrisis werd er volop gebruik gemaakt van rente als instrument om de economie te stimuleren. De Fed verlaagde zijn rente eind 2008 al tot bijna nul. Ook de ECB heeft de rente sinds oktober 2008 stapsgewijs verlaagd. Op 7 april 2011 besloot de ECB-rente voor het eerst weer haar rente te verhogen van 1 naar 1,25 procent.
Wanneer rentes plotseling stijgen, worden bedrijven direct in hun investeringsmogelijkheden beknot. Hierdoor worden noodzakelijke investeringen, die echter niet direct winst sorteren, vaak vooruitgeschoven. Doordat het geld duurder is, hebben bedrijven meer moeite om winsten te realiseren, hetgeen dan vaak resulteert in het terugschroeven van de productie. Hierdoor ontstaat een steeds moeilijkere situatie. Gelijktijdig wordt ook de koopkracht van consumenten ingedamd, hetgeen, naast het 'duurdere' geld, een tweede negatieve invloed is op de resultaten van bedrijven. Zij zien hun afzetmarkt verkleinen. Tenslotte is een tendens merkbaar onder beleggers, die hun geld van de markt halen en in een spaarconstructie planten. In tijden van hoge rente is sparen gunstiger vanwege de geldende voorwaarden. Gekoppeld aan de toch al bemoeilijkte beurssituatie, veel beleggers voor veiligheid, hetgeen een derde klap was voor de economie. De oproep van de Amerikaanse regering na 9-11 om toch vooral alle beleggingen te handhaven, was een manier om te proberen de neergang van de koersen zoveel mogelijk in toom te houden.
Geleend geld
Daarnaast wordt tamelijk veel belegd met geleend geld. Wanneer de renten stijgen, wordt de lening een zwaardere belasting en zal het moeilijker worden om de belegging te laten renderen. Marktsegmenten die extra worden getroffen in dergelijke tijden zijn onder meer de bouwbedrijven en winkeliers. Beiden zijn sterk afhankelijk van de koopkracht van de bevolking. Voor bouwbedrijven geldt bovendien, dat zij veel werken met leningen; een plotse stijging van de rente heeft een zeer negatieve uitwerking op deze feitelijke investeringen. Daarnaast hebben producenten of overslagbedrijven die exporteren last van een dure euro. Hun uitvoer wordt duurder en hun handelspartners kunnen kiezen voor producten uit een economisch gunstiger regio. Omdat de gehele beurs lijdt onder een hogere rente, wordt het vanzelfsprekend ook voor beroepsbeleggers moeilijker om goede resultaten te bewerkstelligen.
Toch zijn er altijd bedrijven of mensen die in slechte periodes mogelijkheden zien om toch goed te presteren. Zo is de foodindustrie een tamelijk sterke sector, die ook in slechte tijden de producten weet af te zetten; mensen moeten immers ook altijd eten. De drankindustrie profiteert eveneens van de slechte economie, omdat de mens een duidelijk destructief karakter toont in deze periodes en drank als uitvlucht ziet. Daarnaast genieten bedrijven met een groot eigen kapitaal een hogere rente-inkomst tijdens deze periodes; zij zullen dan dus slagvaardig kunnen blijven, terwijl concurrenten mogelijk aan handen gebonden zijn en geen investeringen kunnen doen. Bedrijven die bijvoorbeeld gericht zijn op het vragen van dumpprijzen voor opgekochte partijen zien eveneens de revenuen van een algemene, verminderde koopkracht. Importeurs, tenslotte, hebben ook voordeel aan een hoge rente, omdat een sterke euro het importeren goedkoper maakt.
|