Hypotheken
Een grote groep Nederlanders, de huizenbezitters, wordt in de hypotheek geconfronteerd met renteschommelingen. Vandaar dat dit een extra hoofdstuk is in dit dossier.
Met een hypotheek wordt een geldlening bedoeld waarbij uw woning het onderpand is. Meestal wordt een hypotheek genomen om een woning te kopen. Het huis kan echter ook als onderpand worden gebruikt voor een lening met een ander doel. Dat heet dan een tweede hypotheek; meestal zijn de leenvoorwaarden gunstiger dan bij andere leningen. De wijze van aflossing bepaalt de hypotheeksoort. Er zijn drie opties: periodieke afbetaling, betaling in één keer aan het einde van de looptijd of verkoop van de woning. Ook combinaties zijn mogelijk.
Variabele rente
Hierbij is de hypotheekrente afhankelijk van de kapitaalmarkt. De rente wordt maandelijks of per kwartaal vastgesteld.
Clickvast-rente
Met hypotheken met een clickvast-constructie kunt u de hypotheekverstrekker opdracht geven om de rente vast te zetten wanneer de koersen boven een afgesproken maximum stijgen. Hierdoor kan enerzijds geprofiteerd worden van variabele rentekoersen, terwijl anderzijds u nooit te maken krijgt met al te hoge rentes. Plafondrente is een vergelijkbare constructie.
Middelrente
Hierbij is sprake van een spreiding, zodat de hypotheek minder onder invloed staat van renteschommelingen. Jaarlijks wordt 'gemiddeld', waardoor een behoudende koers gevaren wordt qua rente.
Instaprente
Bij het afsluiten van de lening wordt voor langere tijd de dan geldende rente vastgelegd.
Vaste rente
Ook bij vaste rente kunt u een lening nemen die voor langere tijd vast ligt (tot 30 jaar), maar u kunt ook na een afgesproken 'rentevastperiode' opnieuw een percentage bepalen. De lengte van de periode waarin de rente wordt gefixeerd, is van invloed op de hoogte van de rente; hoe langer de rente vastligt, hoe hoger hij bedraagt.
Bandbreedterente Hierbij wordt de hypotheekrente vastgesteld voor de rentevastperiode. Over deze periode stelt u kaders vast (bandbreedte). Wanneer de renteschommelingen boven of onder uw grenzen komt, wordt dit doorberekend op uw hypotheek. De invloed van een rentestijging boven het maximum veroorzaakt een hogere aflossing, terwijl een daling beneden de ondergrens u geldt bespaart.
|