Na de afwaardering van de VS door kredietratingbureau S&P's reageerde de markt bijzonder sterk met een koersdaling van 5%. Het nieuws kwam dan ook op een uiterst ongelukkig moment. Beurzen waren al hypernerveus na het maandenlange gesteggel over de Europese schuldenproblematiek. Ook de vraag of de Republikeinen en Democraten voor 2 augustus een akkoord zouden bereiken over een nieuw schuldenplafond, hield beleggers in spanning. In zo'n nerveuze markt, waarbij de koersen onder druk staan en veel beleggers zich afvragen of er niet een deel van de risicovolle aandelen verkocht moet worden, sloeg dit nieuws in als een bom.
Het maakte niet uit of de Republikeinen en Democraten toch op tijd een akkoord hadden bereikt. Het maakte ook niet uit wat president Obama er van vond, of de voorzitter van de Fed, Ben Bernanke, of dat werd geroepen dat er een rekenfout in zat. Beleggers verkochten en stelden het hoogste vertrouwen in het ratingbureau en niet in de officiële instanties.
Lange reeks van verlaging rating
Het was niet de eerste keer dat de ratingbureaus de markt dit jaar beroerden. Nadat Griekenland al meerdere keren was afgewaardeerd, waardoor de rente op een 10-jarige staatslening was opgelopen tot 18%, was ook Portugal al afgewaardeerd. Geruchten dat Italië en Spanje ook gevaar liepen, en waarschuwingen van ratingbureau Fitch dat Italië meer moest gaan bezuinigen, zorgde begin augustus voor sterk oplopende rentes van staatsobligaties. Alleen door kordaat ingrijpen van de ECB, die begon met het opkopen van dit schuldpapier, daalde de rente weer onder de 5%. De rating van Japan werd vorige week nog verlaagd.
Kredietratingbureaus hielden de markt in een ijzeren greep. Geruchten werden verspreid over mogelijke kredietverlaging van landen, waardoor koersen daalden op de beurs en speculanten winst boekten. Zo daalde de koers van Franse banken door een gerucht dat ze in grote problemen zouden zijn gekomen vanwege de steun aan Griekenland en andere zwakke eurolanden. En zelfs afgelopen donderdag (25 augustus) waren er geruchten dat de kredietwaardigheid van Duitsland gevaar liep. Ondanks stellige ontkenning van alle drie de ratingbureaus daalde de DAX en Europese beurzen toch 2%.
Ratingbureaus op stoel politici
Ratingbureaus hebben door het willige oor van beleggers veel te veel macht gekregen. Zodra ze zich in negatieve zin uitspreken over een land, stijgt de rente en neemt de onzekerheid onder beleggers toe. Daardoor kan een land ontregeld raken, alleen maar door een kettingreactie die is begonnen bij het ratingbureau.
De vraag is of ratingbureaus niet te veel op de stoel van politici en economen zijn gaan zitten. Het doel van een rating is om te bepalen hoeveel risico een belegger loopt op zijn investering. Maar de laatste tijd lijken de beslissingen van ratingbureaus vooral bedoeld om invloed op het monetaire beleid uit te oefenen.
Neem nu de afwaardering van de VS door S&P. Ik heb de moeite genomen om de motivatie te lezen en die kwam er op neer dat S&P door het gekrakeel van Republikeinen en Democraten over noodzakelijke bezuinigingen, het geloof in een stevige aanpak van het terugdringen van het begrotingstekort sterk was afgenomen. Bovendien vonden ze het bedrag dat uiteindelijk zou worden bezuinigd te laag. De eis was $4.000 miljard. Het werd niet meer dan $2.400 miljard.
Met een jaarlijks begrotingstekort van 10% (net zoveel als Griekenland) en een staatsschuld van $14.300 miljard is de financiële situatie niet florissant, maar het idee dat het machtigste land van de wereld met nog steeds de grootste economie werkelijk in de problemen zou kunnen komen, is niet erg waarschijnlijk. De afwaardering van AAA naar AA+, waardoor de kans dat de VS failliet zou kunnen gaan, steeg van 0% tot 0,07% en heeft dus weinig betekenis.
Het is niet voor niets dat veel landen het schuldenniveau hebben opgeschroefd. De kredietcrisis en de economische crisis die daarop volgde, was er de oorzaak van dat landen veel meer geld gingen uitgeven om de economie te ondersteunen. Banken moesten worden gered, ontslagen worden voorkomen. Toch nam het aantal werklozen toe, waardoor de kosten voor werkloosheidsuitkeringen ook stegen en daalde de economische activiteiten dramatisch.
Tegelijkertijd nam de vraag van consumenten af.
De VS besloot toen op Keynesiaanse wijze de problemen te lijf te gaan door meer te investeren. Als een land er voor kiest om dan een hoger schuldenniveau te hebben, maar nog steeds alle rekeningen kan betalen, wie zijn dan de ratingbureaus om de vinger op te steken en door middel van ratingverlagingen te proberen het beleid te bepalen?
Alt-A was geen AAA
In dat opzicht hebben ze nog wat vlekken op het blazoen, want waardoor ontstond ook alweer de kredietcrisis? Dat was omdat honderdduizenden zg. Alt-A hypotheken in de VS waren gewaardeerd door kredietratingbureaus op AAA, de hoogste waardering. Maar die waren die waardering helemaal niet waard. In de VS zijn er zg. prime-hypotheken, waarbij aan alle eisen door de hypotheekaanvrager wordt voldaan en de kans op terugbetaling optimaal is. Er zijn de zg. subprime-hypotheken, waarbij van alles niet in orde is, maar die meer rente opleveren. Daar tussenin waren de Alt-A hypotheken gepositioneerd. Toen bleek dat de Alt-A hypotheken minder veilig waren dan gedacht, wilden beleggers er massaal vanaf. Daardoor daalde de waarde ook razendsnel totdat de waarde uiteindelijk tot nul naderde en banken met grote – papieren – verliesposten kwamen te zitten. Ratingbureaus hadden vreselijk gefaald waardoor de wereldeconomie was ingestort.
En u herinnert zich ook nog wel het debacle van energieproducent Enron. De rating stond tot vier dagen voordat het bedrijf failliet ging op investment grade, de hoogste waardering voor een bedrijf.
Macht door beleggers
Ratingbureaus hadden vroeger en hebben nu te veel macht, maar die macht wordt bepaald door de waarde die beleggers er aan hechten. Zolang beleggers massaal reageren op een ratingverlaging, blijft die macht intact. Die kan alleen gebroken worden als er meer tegenhangers zouden zijn voor deze commerciële Amerikaanse partijen. Een Europees (Zwitsers?) onafhankelijk ratingbureau zou de wind uit de zeilen kunnen nemen. Helaas heb ik nog geen plannen gezien.
Als alternatief is er het Chinese Dagong Global Credit Rating. China voert altijd een eigen koers en de regering heeft geregeld forse kritiek op het Amerikaanse monetaire beleid. Dit bureau kan mooi dienen als referentie. Het heeft de waardering voor Westerse landen al eerder verlaagd. In 2010 stond Duitsland, Nederland, Canada en China het hoogst met een AA+, gevolgd door Groot-Brittannië en Frankrijk op AA-. De VS stond op AA en daarna kwamen België, Spanje, Italië op A-.
Zolang beleggers zo sterk reageren op de publicaties van de ratingbureaus, en echte alternatieven uitblijven, blijven de Amerikaanse ratingbureaus echter oppermachtig.
Martin Plooi
Martin Plooi
|