De kredietcrisis en de daaropvolgende economische crisis veroorzaakten problemen bij pensioenfondsen. De sterke daling van aandelenkoersen in het najaar van 2008 zorgde voor verlies op de aandelenportefeuille. In rampjaar 2008 zagen de pensioenfondsen de dekkingsgraad, een maat voor het bedrag dat ze in kas moeten hebben om alle toekomstige pensioenen te kunnen uitkeren, sterk dalen. De overheid bepaalt een grens voor de dekkingsgraad van 105%, en daar zakten alle vrijwel alle pensioenfondsen doorheen. Consequenties: geen indexatie van de pensioenen, premieverhogingen en soms zelfs verlaging van de pensioenen.
Lagere rente, lagere dekkingsgraad
De pensioenfondsen kregen nog een klap te verduren. Overheden verlaagden massaal de rente. In de VS en Japan daalde de rente tot 0 en 0,25% en in Europa verlaagde ECB de rente tot 1%. Beleggers toonden een grote risicoaversie, wilden geen aandelen, geen vastgoed maar vooral staatsobligaties. Vanwege de grote vraag daalde de rente gestaag. In de zomer van 2010 werd de laagste stand bereikt. Voor een Nederlandse Staatsobligatie met een looptijd van 10 jaar werd nog maar 2,4% rente geboden. Uitgaande van een inflatie van 1,6% hield een belegger slechts 0,8% aan affectief rendement over. Op dit moment ligt de inflatie al op 2,4% en is het effectieve rendement nul.
De daling van de rente van staatsobligaties had tot gevolg dat pensioenfondsen hun toekomstig rendement ook moesten waarderen op een lagere rente. Als je spaart met een lage rente wordt het eindbedrag lager. Omdat de pensioenverplichtingen niet zakten, had het pensioenfonds op dit moment eigenlijk te weinig vermogen in kas. De dekkingsgraad was te laag.
Toegenomen levensverwachting
Pensioenfondsen hadden met nóg een probleem te maken. De bevolking wordt nog steeds ouder. Burgers ontvangen dan langer pensioen. Pensioenfondsen moeten daarom nog meer geld in kas hebben om alle pensioenuitkeringen te kunnen doen. Daardoor daalde de dekkingsgraad al gauw 3 tot 4 procentpunt.
De stapeling van negatieve factoren zorgde ervoor dat pensioenfondsen in 2010 niet meer voldeden aan de eisen van de toezichthouder. Vorig jaar daalde de dekkingsgraad van veel pensioenfondsen tot 90% a 95%, terwijl een dekkingsgraad van 105% was vereist. Ze moesten herstelplannen indienen waarin weinig populaire maatregelen als pensioenverlaging, premieverhoging en het schrappen van indexatie werden genoemd.
Dieptepunt gepasseerd
Sinds kort zit het de pensioenfondsen echter weer mee. De economie groeit alweer meer dan een jaar. Voor Europa wordt dit jaar en volgend jaar een groei van 1,5% verwacht. In de VS ligt de groei boven de 2,5%. Sinds enkele maanden stijgt in de VS ook weer de werkgelegenheid. In maart kwamen er 200.000 banen bij en het werkloosheidspercentage zakte naar 8,8%. Burgers worden weer positiever en geven meer uit. Het bedrijfsleven is hersteld en de omzet en winst nemen toe. Bedrijven uit de S&P 500 boekten in 2010 gemiddeld 35% meer winst als in 2009. De aandelenmarkten zijn al sinds maart 2009 aan het stijgen. Dat is goed nieuws voor pensioenfondsen, want 30 tot 40% van het vermogen van een pensioenfonds is gewoonlijk belegd in aandelen.
Lange rente stijgt
Door het duidelijke herstel van de economie is de vraag naar brandstoffen toegenomen. Omdat door misoogsten ook de voedselprijzen zijn gestegen, is de inflatie toegenomen.
Centrale banken beginnen steeds meer te speculeren op een verhoging van de rente. Vorige maand zinspeelde de voorzitter van de ECB, Jean-Claude Trichet, al op een renteverhoging en afgelopen donderdag werd de rente inderdaad met 0,25% verhoogd tot 1,25%.
Een hogere rente en inflatie maken staatsleningen met een lage rente onaantrekkelijk. Beleggers vragen een hogere rentevergoeding bij nieuwe staatsleningen, waardoor de rente stijgt. Op dit moment wordt voor een 10-jarige Nederlandse Staatslening alweer 3,7% geboden. Dat is goed nieuws voor pensioenfondsen, want daardoor kunnen ze het toekomstige rendement bepalen op basis van een hoger rentepercentage, waardoor op dit moment minder vermogen beschikbaar hoeft te zijn, waardoor de dekkingsgraad stijgt.
Dekkingsgraad omhoog
Bij de Pensioenfonds Metaal en Techniek daalden door de hogere rente de pensioenverplichtingen van 38,1 naar 36,8 miljard en steeg de dekkingsgraad met 3,5 procentpunt tot 101,2%. In augustus 2010 stond de dekkingsgraad bij PMT nog op 85,2. Een duidelijke verbetering!
De dekkingsgraad van Pensioenfonds Zorg en Welzijn stond in augustus op 94% en is inmiddels weer gestegen tot 108% eind februari. Bij het ABP steeg de dekkingsgraad in het vierde kwartaal met 11 procentpunt tot 105%. Eind februari was de dekkingsgraad gestegen tot 108%. Andere pensioenfondsen laten eenzelfde beeld zien.
Dit jaar zullen de dekkingsgraden verder kunnen verbeteren. Waarschijnlijk zal de ECB de rente nogmaals verhogen en ook de Amerikaanse Fed overweegt aan het einde van het jaar maatregelen. Alleen al de overweging van renteverhogingen, in combinatie met voortgaand economisch herstel, zal zorgen voor betere cijfers van pensioenfondsen, waardoor voor de burger vervelende maatregelen als pensioenverlaging en premieverhoging kunnen worden afgeblazen.
Martin Plooi
Martin Plooi
|