Het einde van een jaar is de tijd van zowel achterom als vooruit kijken. Om een uitsprak te kunnen doen over het voortbestaan van de Euro is het niet voldoende om alleen naar 2011 te kijken.
De oorzaken van de onzekerheid over deze munt gaan veel verder terug in de tijd.
Maastricht 1992
Met de invoering van Euro als nationaal betaalmiddel kwam een einde het gebruik van de gulden. In het verdrag van Maastricht van 1992 was afgesproken dat vanaf 1 januari 1999 vaste wisselkoersverhoudingen vastgesteld zouden worden voor de elf deelnemende landen. Op 1 januari 2002 werden alle munten en biljetten van de inmiddels twaalf deelnemende landen vervangen door Euromunten en biljetten. De Euro werd in Nederland niet door iedereen met enthousiasme ontvangen. Veel consumenten bleven de nieuwe prijzen omrekenen naar oude guldensprijzen en klaagden over abrupte prijsverhogingen.
De aanvankelijke scepsis verdween vrij snel. Alle prijzen van goederen en diensten, maar ook alle lonen werden in Euro uitgedrukt. De Euro werd het nieuwe referentiekader, omrekenen naar guldens bleef achterwege.
Tien jaar later is de scepsis terug. De vraag wordt nu zelfs gesteld of het niet beter is om terug te keren naar de “oude vertrouwde” gulden. En juist in dat woord “vertrouwde” zit de kern van het probleem. Beleggers en burgers dreigen het vertrouwen te verliezen in een munt waarover de feitelijke controle grotendeels uit handen is gegeven. Stabiliteits- en Groeipact 1997 Het in 1997 tot stand gekomen Stabiliteits- en Groeipact was er nu juist op gericht om tot harde afspraken te komen binnen de Eurozone over begrotingstekorten en overheidsschulden. De harde afspraken bleken in de praktijk boterzacht. In 2003 werden deze regels met het grootste gemak opzij geschoven door Frankrijk en Duitsland. Dat maakte het voor de kleinere landen des te gemakkelijker om ook de regels aan hun laars te lappen. Aanvankelijk leek dit geen gevolgen te hebben. De Euro bleef qua inflatie een sterke munt. De wisselkoers ten opzichte van bijvoorbeeld de dollar stond niet onder de druk. De aanhoudende economische groei in Europa zorgde er voor dat de criteria door de meeste landen weer werden gehaald. Het vertrouwen van beleggers in de overheid, in combinatie met een dalende inflatie, zorgde er voor dat de rente op Staatsobligaties in de Eurozone steeds verder daalde.
Scheuren in het systeem 2007
In augustus 2007 tekenden zich de eerste problemen af op de markt voor Amerikaanse hypotheken. Wat aanvankelijk een probleem leek voor Amerikaanse banken breidde zich als een olievlek uit. De gevolgen zijn inmiddels bekend. Banken en verzekeraars moesten met veel (overheids)geld overeind worden gehouden. De begrotingen van deze overheden kwamen daardoor zwaar onder druk te staan. De crisis op de financiële markten resulteerde in een drastische omslag van de economie. Van groei naar krimp in recordtempo. De uitgaven van de overheid namen nog steeds toe bij een steeds sneller dalende belastingopbrengst.
Twijfels over gegoedheid Staten 2008
Voor veel landen is de financiële sector van groot belang qua werkgelegenheid en belastingbaten. Dat is prachtig zo lang het goed gaat. Maar als die sector in de problemen komt kan ook de overheid zelf zwaar worden geraakt. De ondergang van de banken in IJsland betekende ook het faillissement van de staat IJsland. De IJslandse kroon kelderde in waarde, de Staat moest op zoek naar noodkredieten bij het IMF en de rijke buurlanden. Veel analisten gingen zich hierdoor zorgen maken over landen met een naar verhouding grote financiële sector. Ierland kwam het eerst op de radar. De euro-obligaties van de Ierse overheid daalden snel in waarde. Ook Ierland moest om hulp vragen en haar banken saneren. De toenemende risicobewustheid zorgde voor steeds grotere verschillen in de rente die overheden moesten betalen op nieuwe staatsleningen. Nederland en Duitsland konden zeer goedkoop lenen. Voor de zwakke broeders werd het duurder zo niet onmogelijk om nog geld aan te trekken.
Haalt de Euro 2013?
De situatie is inmiddels dermate ernstig dat alleen resoluut ingrijpen nog kan helpen om het tij te keren. Om 2013 te halen moet de Euro weer het vertrouwen herwinnen van de beleggers. Het beleid van de Europese Centrale Bank is tot nu toe zeer effectief gebleken in het beperken van de inflatie. De koopkracht van de munt heeft niet noemenswaardig geleden onder de crisis.
Waar het nu om gaat is dat overheden weer het vertrouwen weten te herstellen in hun gegoedheid als schuldenaar.
Resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst
Alhoewel resultaten uit het verleden doorgaans geen garantie zijn voor de toekomst kan wel worden geleerd van de gemaakte fouten.
Het noodzakelijke plan van aanpak is feitelijk een hersteloperatie.
- Pas het Verdrag van Maastricht zodanig aan dat niet alleen sprake is van een muntunie, maar ook van een fiscale unie.
- Herzie de afspraken van het Stabiliteits- en Groeipact en maak deze afdwingbaar.
- Breng de risico's binnen het bankwezen terug door hogere kapitaaleisen en opsplitsing van de sector in kleinere eenheden.
- Herstel de groei van de economie door hervormingen, hogere arbeidsparticipatie, en verlaging van de loon- c.q. pensioenkosten.
- Los in tijden van hoogconjunctuur de staatsschuld af.
- Sta toe dat de ECB zowel de inflatie als deflatie mag bestrijden, desnoods door het onbeperkt opkopen van Staatsobligaties.
Contouren herkenbaar, nu de uitvoering
De tot nu toe genomen maatregelen c.q. gemaakte afspraken op zowel landen als Europees niveau komen goed in de richting van dit noodzakelijke plan van aanpak. De contouren zijn herkenbaar.
Het risico blijft altijd aanwezig dat vertraging gaat optreden in de uitvoering. Het gedrag van de financiële markten laat duidelijk zien dat verdere vertraging niet zal worden getolereerd. Feitelijk hebben de Euro-landen ook geen keuze. Het Verdrag van Maastricht voorziet niet in een exit-regeling. Daarnaast zijn de kosten van het uiteenvallen van de Euro naar alle waarschijnlijkheid ondraaglijk hoog.
De Europese economieën zouden in een langdurige depressie raken met alle gevolgen voor overheden, bedrijven en burgers van dien.
Met het optimisme wat een belegger eigen is spreek ik de verwachting uit dat de Euro 2013 gaat halen. Met het realisme wat de belegger ook dient te hebben merk ik op dat spreiding van beleggingen over meerdere valuta´s altijd verstandig is, ook in 2012!
Fred van Deijck
|