Sinds begin april is de olieprijs aan een flinke opmars begonnen. Dit jaar is de prijs voor een vat olie al meer dan 30% gestegen. Deze week werd een hoogste prijs van 135 dollar bereikt. De olieprijs is nu 100% hoger dan precies een jaar geleden. Grote vraag is waarom de prijs van olie zo sterk is gestegen. Is het speculatie of is het de grote behoefte aan olie?
Volgens de OPEC is het pure speculatie. Een prijs van 80 à 90 dollar zou de evenwichtsprijs zijn tussen vraag en aanbod. Ondertussen zullen ze het niet erg vinden dat een surplus van 50 dollar wordt betaald op elk vat olie.
Als de stijging van de olieprijs geen speculatie zou zijn dan zou de 30% hogere olieprijs van dit jaar moeten worden gerechtvaardigd door een 30% hogere vraag. Dat lijkt echter niet het geval. De Verenigde Staten, grootverbruiker van olie, worstelt juist met een teruglopende economische groei. Op dit moment bedraagt die slechts 0,6% op jaarbasis. Ook in de Europese landen is de economische groei lager dan vorig jaar. Emerging Markets maken slechts 30% uit van wereldeconomie, dus vanuit die hoek kan de toename ook niet worden verklaard.
Momentum-beleggen
Ik denk dat de olieprijs ten prooi is gevallen aan het algemene principe van momentum-beleggen. Bij deze strategie wordt belegd in aandelen die al enige tijd een stijgende trend laten zien. De verwachting is dat de stijgende trend doorzet.
De stijgende trend heeft een aanzuigende werking op nieuwe beleggers. Zij willen ook beleggen in deze succesvolle aandelen. Men gaat erin beleggen omdat het stijgt, niet omdat de sector zelf zulke goede vooruitzichten heeft. Er ontstaat extra momentum.
Elke belangrijke trend heeft te maken met dit effect. Denk aan China, India, Basismaterialen, ICT in 2000. Zo ontstaan de beruchte ‘bubbles’.
Energie en ook Mijnbouw en Commodities hebben nu met dit fenomeen te maken. Iedereen doet er aan mee, kleine en grote beleggers. Het heeft tot gevolg dat de koersen steeds sterker gaan stijgen, want steeds meer mensen proberen te profiteren. Hoe sterker de stijging hoe groter het risico. Als de grote spelers besluiten winst te nemen, zal de koers plotseling sterk dalen en dan blijven de kleintjes spartelend achter. De ‘bubble’ is gebarsten.
Zoals met elke belegging zal de koers uiteindelijk een resultante zijn van vraag en aanbod. Op termijn zullen de koersen dus dalen en in de pas lopen met de economische groei.
Hoe lang het duurt voordat het evenwicht hersteld zal zijn, kan niet worden voorspeld. Wat wel bekend is van ‘bubbles’: hoe sterker de stijging hoe sterker de correctie.
Als u op dit moment belegt in de Energie-, Basismaterialen of Commodity-sector: houd uw belegging goed in de gaten en laat u niet verrassen door het einde van de trend.
Martin Plooi
|