De ondertekening door ruim 40 bedrijven van het handvest 'Talent naar de top' om meer vrouwen in de bedrijfstop te krijgen van Nederlandse ondernemingen is door Mijntje Lückerath-Rovers, samensteller van de Female Board Index, enthousiast begroet. Volgens haar zal de verandering geleidelijk verlopen, maar haar eigen Female Board Index zal op korte termijn al een meer vrouwvriendelijke samenstelling kennen.
Lückerath was zelf ook aanwezig tijdens de ondertekening van het handvest: "Het was een heel positieve bijeenkomst, waar ondanks het gewicht van het onderwerp ook plaats was voor humor. Daarnaast was de ondersteuning van Prinses Maxima natuurlijk leuk. Inhoudelijk was ik echter vooral gelukkig dat zoveel bedrijven afgevaardigden hadden gestuurd; in bepaalde gevallen ook niet de minsten. Dat is een heel goed signaal dat men het handvest ook echt serieus neemt."
Lückerath is vooral gelukkig met de aanpak van die het handvest heeft ingezet: "Elk bedrijf moet met een eigen plan van aanpak komen. Dat is verstandig, omdat elke sector en elk bedrijf heel eigen omstandigheden kent. Het was ook niet verstandig geweest om de bedrijven op te zadelen met een omlijnd plan, waar binnen zij meer vrouwen aan de top zouden moeten brengen. Bedrijven moeten in hun eigen organisatie bekijken op welke wijze dat het beste kan."
Maatschappelijke acceptatie
Een ander positief aspect van het handvest noemt de onderzoekster van de Erasmus Universiteit de beeldvorming in de maatschappij ten aanzien van werkende vrouwen: "Er komt een mediacampagne om aan te geven dat het niet per sé slecht is als vrouwen, of meer bepaald moeders, meer dan drie dagen willen werken. Dat is ook een belangrijk punt. Dat wordt op een heel leuke manier vormgegeven, onder meer door een dramaserie over drie vrouwen die te kampen hebben met de weerstand die je als vrouw kunt ondervinden als je carrière wilt maken en tegelijkertijd een kind op wilt voeden."
"Maatschappelijk doe je het namelijk vooralsnog nooit goed; of je verzaakt als moeder of je toont je geen ambitieus werknemer. Parttimers doen het al helemaal verkeerd. Een introductie van die serie is te vinden op de website van het initiatief."
Vrijwillig, niet vrijblijvend
Hoewel de afspraken met het bedrijfsleven op grond van vrijwilligheid zijn gemaakt, wordt de voortgang nauwlettend gevolgd: "Sybilla Dekker, de oud-minister die de task force leidt, heeft als vaste uitspraak: "Vrijwillig, maar niet vrijblijvend." Binnen zes maanden moeten de bedrijven hun plan gereed hebben en voorleggen aan een monitoringscommissie. Uiteraard zullen de ondertekenaars met iets serieus moeten komen; anders zal dat ongetwijfeld tot negatieve publiciteit leiden."
"De deelnemende bedrijven hebben nu het signaal afgegeven: wij nemen vrouwelijk talent serieus. Naar het klantenbestand en het eigen vrouwelijke personeel is dat heel belangrijk. De positieve publiciteit van de participatie is vanzelfsprekend een aangename bijkomstigheid."
Female Board Index
Lückerath leverde een aanzienlijke bijdrage aan het publieke debat met haar onderzoek de Female Board Index. De schrijnende onderzoeksresultaten over de aanwezigheid, of afwezigheid, van vrouwen in de Raden van Commissarissen en Raden van Bestuur van de Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen zijn breed bekend in het land en gelden in veel opzichten ook binnen het werk van de task force als referentie: "Door de dramatische cijfers die de Female Board Index toonde, heeft het onderzoek veel aandacht gekregen in de media. De Index heeft daarom wel bijgedragen aan het debat."
Verandering
Op de vraag of de Female Board Index er komend jaar al anders uit zal zien als gevolg van het handvest, zegt Lückerath: "Ik denk überhaupt dat die lijst er komend jaar al anders uit zal zien. Door de aandacht zijn bedrijven toch bij zichzelf te rade gegaan of men niet soms de verkeerde keuzes heeft gemaakt door te veel nieuwe mensen te kiezen uit de vertrouwde kringen."
"De Raad van Commissarissen en de Raad van Bestuur vormen uithangborden van bedrijven. Wie dat beseft, realiseert zich meteen dat het noodzakelijk is meer vrouwen te benoemen. Het is ook van belang om zoveel mogelijk connecties te hebben met het eigen personeelsbestand en met de klantenkring. Ook internationaal opererende ondernemingen doen er verstandig aan meer vrouwen te herbergen in de top, omdat de Nederlandse situatie uit de pas loopt met die in het buitenland."
"Bedrijven die veel vrouwen als klant hebben, zouden uiteindelijk afgerekend kunnen worden door een laag percentage vrouwen. Voor het eigen personeel is het verder van groot belang om aan te geven dat vrouwelijk talent gewaardeerd wordt. Daarom is het ook goed dat ieder bedrijf zijn eigen beslissingen kan nemen; soms hebben bedrijven namelijk best goede argumenten waarom vrouwen vooralsnog ontbreken aan de top. Niettemin is het op termijn natuurlijk wel zaak dat men alsnog naar een meer heterogene samenstelling van de board komt."
Gerelateerd:
Mijntje Lückerath: "Genoeg vrouwen geschikt voor Nederlandse bedrijfstop"
Cornelis v. Zutven
|