Volgens Raymond Lesparre was het reddingsplan van Henry Paulson niet solide genoeg en is het daarom afgewezen door het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. “Er stond bijvoorbeeld niet in wat de criteria zijn om slechte leningen op te kopen en welke banken wel of niet geholpen worden. En er zaten te weinig waarborgen voor de belastingbetaler in dit plan.”
“Het parlement wil meer garanties voor de belastingbetaler”, aldus de strategist van International Assets te Baarn. “Er zijn nog te veel vragen bij het plan. Zoals: ‘naar wie gaat de eventuele winst?’ Bovendien wil de Amerikaanse kiezer niet dat zijn geld in een bodemloze put verdwijnt.” Het was volgens Lesparre beter geweest als Paulson meteen met een goed plan was gekomen.
Huizenprijzen Volgens Lesparre pakte het plan van Paulson niet het fundamentele probleem aan. “Het plan deed niets aan de dalende huizenprijzen. Het is belangrijk om huizenbezitters de mogelijkheid te geven tot herfinanciering van hun hypotheek, omdat de huizenprijzen nu vaak minder hoog zijn dan de oorspronkelijke hypotheek.” Het plan gaf volgens hem te weinig zekerheid. “Bovendien denken de kiezers: waarom zouden we koning Henry (Paulson, red.) in het zadel moeten helpen?”
Tegenstemmers Dat het Huis van Afgevaardigden het plan heeft afgestemd, vindt Lesparre niet raar. “Die denken aan hun achterban. Zij kunnen niet aan hun kiezers uitleggen dat ze geld storten in een volgens de kiezer bodemloze put. Die hebben al genoeg last van de hoge benzineprijzen en snappen niet waarom dit op kosten van de belastingbetaler moet.” Als het politieke element van de aankomende verkiezingen had ontbroken bij deze stemming had er volgens Lesparre misschien een kleine meerderheid voor het plan gestemd. “Maar er is nog tijd. Er kan toch geen plan komen dat voorziet in het beëindigen van de crisis. Er kunnen nog wel honderden kleine banken omvallen.”
Europa “Als er een beter reddingsplan komt en dat wordt aangenomen, dan straalt dat ook af op Europa”, aldus de strategist. Hij vindt dat een dergelijk plan er ook in Europa moet komen. “Er zijn in Europa ook banken die ‘too big, to fall’ zijn. Het is moeilijker voor kleine overheden om zo’n bank te redden. Fortis is een goed voorbeeld. Als Nederland alleen die 11,2 miljard had moeten opbrengen, was het probleem veel groter geweest.”
Fortis Volgens Lesparre is de ellende bij Fortis nog niet afgelopen. “Je kunt wel zeggen Fortis is nu goedkoop, maar je weet niet wat er nog allemaal komt. Ze moeten nu nog meer afschrijven, hierdoor komt het bedrijf in de rode cijfers. Het is dus niet waarschijnlijk dat ze dividend uitkeren. En als je weet dat BNP Paribas maar 1,60 euro per aandeel wilde betalen, waarom zou je dan als belegger meer betalen?” Daarnaast is het volgens Lesparre zo dat het instappen van de overheid als aandeelhouder de positie van oude aandeelhouders onzeker maakt.
Onrust Lesparre vindt dat de tijd is gekomen voor overheden om in te grijpen. “Er moet iets gebeuren om het tij te keren. In de industrie is gebrek aan vertrouwen minder erg, maar bij banken is dat anders. Spaarders kunnen bijvoorbeeld weglopen. Voor een bank is dat levensbedreigend.” Hij begrijpt wel dat beleggers op dit moment onrustig zijn. “Maar niet alle banken staan op omvallen. Het is van belang dat beleggers hun bankaandelen nu niet afstoten.”
Joop van Vlerken
|