Tot voor kort werd elke daling van de aandelenmarkten versterkt doordat beleggers massaal gingen verkopen. Die houding is veranderd. Beleggers kopen nu op elke dip.
In de bear-market, die al geruime tijd duurt, werd elke rally met argwaan bekeken en was elk slecht nieuws aanleiding om aandelen zo snel mogelijk te verkopen. Dat zorgde voor grote koersbewegingen naar beneden waardoor de beurzen op 9 maart van dit jaar een laagste stand bereikten. Het leek er op dat de beurzen nog veel verder zouden zakken. De negatieve stemming was vrijwel niet te breken.
Banken maken weer winst
Het onverwachte nieuws dat banken over het eerste kwartaal weer winst maakten zorgde voor een ommekeer in de houding van beleggers.
Goldman Sachs boekte een winst over het eerste kwartaal van $1,66 miljard. Het plaatste een emissie van $5 miljard om het geleende geld uit het TARP-fonds aan de Amerikaanse overheid terug te betalen.
Later in de week kwam JPMorgan met een winst van $1,14 miljard over het eerste kwartaal. Door veel transacties in obligaties steeg de omzet en winst in dit deel van de activiteiten tot recordhoogte. De bankdivisie boekte een winst van $8,3 miljard. Daar stonden verliezen tegenover door slecht betalende houders van creditcards.
Hypotheekbank Wells Fargo boekte een winst van $3 miljard, 50% meer dan een jaar geleden en Citigroup een winst van $1,6 miljard.
Einde aan het negatieve sentiment
Beleggers trokken de conclusie dat er een einde was gekomen aan het overwegend negatieve sentiment. Alleen maar gokken op dalende koersen was geen succesvolle strategie meer. Dat had de rally die op 10 maart begon en zes weken duurde bewezen. De S&P 500 steeg sindsdien meer dan 25%, de grootste rally in zo’n korte tijd sinds de Tweede Wereldoorlog.
Ook de economische cijfers zorgden voor een verbetering van het sentiment. De huizenmarkt bleek in de VS te verbeteren en de economie trok weer aan. De niet aflatende stroom van berichten van de regering Obama over economische maatregelen ondersteunde de ommekeer in het beleggerssentiment.
Van ‘verkopen in elke rally’ werd de trend ‘kopen op elke dip’.
Daarom blijft de rally die op 10 maart van dit jaar begon tot nu toe in stand: beleggers verkopen niet meer direct zodra de koersen enkele procenten zijn gestegen. Ze verwachten nu dat er meer koerswinst in het vat zit. Elke koersdaling van enkele procenten wordt aangegrepen om gefaseerd in te stappen.
Afgelopen maandag schrokken beleggers van het nieuws van Bank of America dat de hoeveelheid slechte leningen was toegenomen van $7,8 miljard naar $25,7 miljard. De Dow Jones daalde 3,5%, maar herstelde in de dagen er na. Enkele weken geleden zou dit nieuws hebben gezorgd voor flink dalende koersen, maar nu niet meer.
Kwartaalcijfers volgende hindernis
De volgende hindernis voor verder herstel zijn de cijfers over het eerste kwartaal. De verwachting was een bloedbad, maar tot nu toe vallen de cijfers mee. Vanzelfsprekend komen bedrijven met lagere winsten en omzetten in vergelijking met vorig jaar, maar de dalingen zijn nog niet zo dramatisch als verwacht. Ook verrassend zijn de positieve vooruitzichten voor dit jaar.
De omstandigheden voor aandelenbeleggingen verbeteren dus elke dag. Beleggers zien eindelijk licht aan het eind van de tunnel. Het herstel is echter nog zeer fragiel en verloopt zeer langzaam. Maar duidelijk is dat voorzichtig optimisme in de plaats is gekomen van het dodelijke negatieve sentiment van het laatste half jaar.
|