Wanneer ABN Amro een beleggingsproduct aanbiedt, gebeurt dat veelal op basis van de cijfers en adviezen van het economisch bureau. Senior Economist Emerging Markets Koen Koster gaat in op de werkwijze van deze spil binnen de bank en welke specifieke kanten dat werk voor het werelddeel Afrika met zich mee brengt. In algemene zin is hij optimistisch over de ontwikkeling van het werelddeel: "Bijna alle landen presteren ieder jaar beter."
Binnen het economisch bureau houdt men zich verre van de commerciële activiteiten die binnen ABN Amro plaatsvinden: "Dat is een bewuste keuze. Voor ons tellen alleen de wetenschappelijke cijfers en gegevens. Hierdoor kunnen wij onder andere fondsmanagers zo objectief mogelijk informeren over welke landen, regio's of sectoren mogelijkheden bieden."
Koster is verantwoordelijk voor 'Sub-Saharan Africa', wat, zoals de naam al aangeeft, het gebied is onder de Sahara en verreweg het grootste deel van Afrika omvat. "Daarbinnen maken wij nog een onderscheid tussen een drietal soorten landen: op de eerste plaats zijn er landen die over grote voorraden commodities beschikken en die exporteren, zoals Nigeria, Sudan en Botswana. Daarnaast zijn er landen die niet of nauwelijks exporteren. De derde groep bestaat uit landen die een sterke economische basis kennen na een goede groeiontwikkeling, zoals Zuid-Afrika."
Ethisch
Volgens Koster bepaalt deze indeling niet per sé of ABN Amro belegt, investeert of financiert in het land: "Wij werken binnen het economisch bureau met een aantal rankings. Zo maken wij op grond van gegevens van onder meer Human Rights Watch een ethische ranking. Het kan dus zijn dat een land over grote voorraden grondstoffen beschikt, maar dat wij het niet verantwoord vinden om daar te investeren."
"Anderzijds kunnen we bijvoorbeeld wel besluiten een land te helpen financieren vanwege een hoog cijfer op de ethische ranking, terwijl op het gebied van export of commodities weinig voor handen is." Als voorbeeld noemt Koster Tanzania: "Dat land staat niet zo sterk qua export, maar heeft een heel positieve score op de ethische ranking. Uiteraard baseren wij ons ook op economische gegevens, die voor de landenranking van belang zijn. Hoe sterk is het bedrijfsleven? Wat is de financiële positie? Hoe gaat men om met de schuldenlast? Op die lijst staan met name Botswana en Zuid-Afrika erg hoog."
Cliché
In zijn werk binnen het 'rating bureau' krijgt hij geregeld te maken met de clichés die over Afrika bestaan, met name over de onbetrouwbaarheid van macrogegevens: "Wij proberen dan ook zo veel mogelijk data te verzamelen om tot een zo goed mogelijk beeld van een land te komen. Zo maken wij gebruik van kennis van het IEU (Economist Intelligence Unit), de centrale banken, de Wereldbank en het IMF. Daarnaast bezoeken we conferenties van deze en andere organisaties ten einde tot een zo compleet mogelijk beeld te komen. Het is op zich waar dat de informatie voor Afrikaanse landen niet altijd gemakkelijk verkrijgbaar of betrouwbaar is. Op dat gebied is het werelddeel nog niet zo ver ontwikkeld als andere regio's."
Positief
Koster, die vakmatig jaarlijks alle beoordelingen op economisch en ethisch vlak van Afrika onder ogen krijgt, benadrukt dat de positieve ontwikkelingen in het gebied zich nog steeds voortzetten: "In praktisch alle Afrikaanse landen zijn de perspectieven met de jaren steeds beter geworden. Het blijft ook het enige continent ter wereld waar sinds de jaren '90 een gemiddeld groeicijfer van 4 tot 5 procent is gerealiseerd. Het afgelopen jaar is zelfs 6 procent bereikt. Hoewel het verschil tussen landen met olie c.q. commodities en landen zonder die voorraden blijft bestaan, boekt de regio als geheel absoluut een leuke groei."
Fondsaanbieders zoals die van ABN Amro moeten dus in staat worden geacht winstgevende portfolio's te kunnen samenstellen: "Daarbij zijn met name die landen interessant die een gezond monetair beleid weten te voeren met een goede benadering van de schuldpositie. Dat blijken de landen die het best presteren."
Zie ook: Jan Pronk: Afrika wil vooruit
Cornelis van Zutven
|