De aardbeving die op 11 maart plaatsvond nabij het Japanse Sendai en met name de daaropvolgende tsunami heeft wereldwijd een grote impact op de beurzen. De aardbeving had een kracht van 9,0 op de Schaal van Richter en heeft (naar bekend op 15 maart) ongeveer 3.000 doden tot gevolg gehad.
Beleggers reageerden al snel op de ingrijpende gebeurtenis. De beurs in Tokio daalde op 11 maart al meteen met 1,72 procent. Op 14 maart daalde de Nikkei Index met 6,2 procent. Hiermee leed de beurs het grootste dagverlies sinds oktober 2008. Ook dinsdagochtend liet de index in de eerste uren alweer een forse koersval zien van maar liefst ruim 11 procent.
De beving heeft ook zijn weerslag op de Europese beurzen. Beleggers in Nederland leken aanvankelijk nog vrij mild te reageren. Op de bewuste vrijdag daalde de AEX-index met 0,9 procent en de daarop volgende maandag met 0,8 procent. De Midkap liet dalingen zien van respectievelijk 1,8 en 0,7 procent. Ook de beurzen in Parijs, Londen en Frankfurt daalden nog mild met minder dan de twee procent bleven. Vanochtend ziet het beeld op de Europese beurzen er heel anders uit. De AEX-index laat in de eerste handelsuren een daling van bijna 3 procent zien, evenals de AMX. De beurzen in Parijs en Brussel lopen zelfs tegen verliezen van bijna 4 procent aan en de Frankfurtse DAX 30 gaat hier ruim overheen met een daling van ruim 4,5 procent in de ochtend van 15 maart.
De recente scherpe beursdalingen hangen vooral samen met de dreiging van een nucleaire ramp. Omdat in het gebied waar de beving plaatsvond problemen zijn ontstaan met twee kerncentrales is in Japan inmiddels de nucleaire noodtoestand uitgeroepen. In de kernenergiecentrale Onagawa is brand ontstaan als gevolg van de ramp. Hierbij is een grote hoeveelheid radioactief materiaal vrijgekomen. Daarnaast werd de kernenergiecentrale Fukushima I getroffen door een ontploffing waarbij vermoedelijk een nucleair lek is ontstaan. Dit maakte beleggers nog nerveuzer, waardoor de dalingen van de beurskoersen na het weekend verder opliepen.
Vooralsnog lijkt de economische schade zich vooral te beperken tot de Japanse industrie. De schade is voornamelijk voelbaar bij autofabrikanten Toyota, Honda en Nissan die tot 14 maart de productie hebben stilgelegd. Ook in andere sectoren van de Japanse economie hebben veel bedrijven hun productie gestaakt, zoals Toshiba, GlaxoSmithKline en Nestlé. Deze bedrijven sloten hun deuren omdat ze te maken kregen met grote stroomstoringen. De meeste Nederlandse bedrijven die één of meerdere vestigingen hebben in Japan meldden de afgelopen dagen weinig schade. Dit heeft echter niet mogen baten voor de koersen van deze fondsen. In Nederland laten vooral de financials Aegon en ING stevige koersdalingen zien, net als chipfabrikant ASML en dienstverlener aan de olie-industrie SBM Offschore.
Amanda Bulthuis
|