Het zestig jarig bestaan van de staat Israël, dat dit jaar gevierd wordt, kan het land in relatieve economische voorspoed beleven. Hieraan ligt vooral ook een extreem gunstig investeringsklimaat voor buitenlandse geldschieters ten grondslag. Niettemin heeft ook een aanzienlijk deel van de bevolking het moeilijk, hoewel de kentering in 2003 is ingezet.
Het enige land ter wereld met een hoofdzakelijk joodse bevolking (76,4 procent) werd zoals bekend in 1948 gesticht, enkele jaren nadat de Tweede Wereldoorlog ten einde was gekomen. Momenteel telt de staat iets meer dan 7 miljoen inwoners, die samen goed zijn voor een nationaal inkomen van USD 184,9 miljard (in 2007). Met een werkloosheidcijfer van 7,6 procent en een economisch groeicijfer van 5,1 procent is het land sinds enkele tijd in opmars, hoewel onder de bevolking ook veel armoede heerst. Deels is de groei te danken aan de liberale investeringsmogelijkheden binnen het land en de hoogwaardige technologiesector.
Tel Aviv Stock Exchange
Zo kent de beurs van Tel Aviv voor USD 47,39 miljard aan buitenlandse investeringen, wat neerkomt op een kleine 30 procent van de totale marktwaarde van USD 161,4 miljard. Op andere beurzen in de wereld is voor nog eens USD 34,89 miljard in Israëlische aandelen gestoken. De Tel Aviv Stock Exchange (TASE) is de enige handelsvloer in Israël en kent 29 noteringen; voor het merendeel banken.
De TASE speelt een belangrijke rol voor de Israëlische economie. Niet alleen omdat hier kapitaal wordt gerealiseerd voor het bedrijfsleven, maar vooral ook omdat de overheid het als podium gebruikt om het proces van privatisering van staatsbedrijven op gang te brengen. Binnen Israël waren dergelijke bedrijven tot voor kort zeer prominent aanwezig.
De handel in effecten bestond eerder dan de staat Israël; al in 1930 werd in de regio gehandeld door het Exchange Bureau for Securities, dat door de Anglo-Palestine Bank (thans Bank Leumi Le-Israel) was opgericht. Bij de oprichting van de Israëlische staat in 1948 ontstond al snel de behoefte de effectenhandel te reguleren. In 1953 werd door een aantal banken en beleggingsmaatschappijen de Tel Aviv Stock Exchange opgericht.
Sinds de jaren '90 is de TASE gemoderniseerd en is de beursvloer vervangen door een geautomatiseerde markt; de TACT (Tel Aviv Continuous Trading) is een real time systeem waarin aandelen en derivaten kunnen worden verhandeld.
Israëlische economie
De Israëlische economie heeft zich helemaal hersteld van een recessie die het land in 2003 trof door een slecht economisch klimaat in de wereld, het uiteenspatten van de ICT-zeepbel en vooral de tweede intifada. Een verbeterde veiligheidssituatie en economische hervormingsplannen dragen sindsdien bij aan een snelle groei van de economie. De Economist Intelligence Unit (EIU) voorspelde in zijn landenrapport van februari 2008 een groei van 3,7 procent voor 2008 en 3,9 procent voor 2009.
Israël scoort vooral goed dankzij het succes van de hightechindustrie, maar het land kent niettemin 1,7 miljoen mensen die onder de armoedegrens leven (bijna een derde van alle kinderen behoort tot deze groep). De groei van de groep armlastigen is echter gestopt, zodat verbetering zich aan lijkt te dienen. De EIU verwacht dat de groei van het BBP in 2008-2009 zal terug lopen, maar wel positief zal blijven door de diversiteit van de exportmarkten (VS als belangrijkste afnemer) en een sterke binnenlandse economie.
Tekort
Verder is het begrotingstekort kleiner geworden, vanwege een verbeterde fiscale politiek. Het huidige economische beleid wordt gekenmerkt door bezuinigingen op de overheidsuitgaven, privatiseringen en deregulering van de economie. Tot het bijsturen van het economische proces behoort onder andere de stimulering van onderzoek en ontwikkeling in vrijwel alle sectoren van de economie om de relatieve voorsprong te verstevigen die Israël internationaal heeft op het gebied van hightechontwikkelingen en toepassingen.
Verwacht wordt ook dat de Centrale Bank de rentevoet van de New Israeli Shekel (ILS) door de goedkope dollar geleidelijk zal laten dalen. De inflatie bedroeg in 2007 3,4 procent en zal volgens de EIU in 2008 rond de 2,3 procent liggen.
Buitenlandse investeringen
Het Israëlische beleid voor buitenlandse investeringen is één van de meest liberale ter wereld. Israël stimuleert buitenlandse investeringen actief, heeft een gunstige houding ten opzichte van investeringsbescherming en heeft een internationaal georiënteerde zakencultuur. Buitenlandse investeringen zijn dan ook een belangrijke bron van financiering voor het Israelische bedrijfsleven. De buitenlandse directe investeringen bereikten in het jaar 2006 een recordhoogte van 13,2 miljard US dollar. Dit kwam met name ook door de acquisitie van metaalfabriek Iscar door de Amerikaanse miljardair Warren Buffet.
Stimulering
De Israëlische overheid heeft verschillende stimuleringsregelingen voor investeringen, zoals subsidies en belastingvrijstellingen. Vooral de hoogwaardige kennis, een grote hightechsector gericht op onderzoek en ontwikkeling (research & development) en de aanwezigheid van kwaliteitsbedrijven op het gebied van financiële dienstverlening en voedselverwerkende industrieën maken Israël interessant. Daarnaast hebben de afgelopen jaren de economische hervormingen in Israël een grote invloed op de investeringen vanuit het buitenland gehad.
De meeste directe buitenlandse investeringen gaan naar de hightechindustrie. De grootste investeerders in Israël zijn Amerikaanse bedrijven, maar ook bedrijven uit het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk en Italië steken veel geld in de staat. Investeringen vanuit Azië nemen de laatste jaren sterk toe, met name uit Japan en Korea. Aziatische bedrijven investeren niet alleen in de elektronica- en informatica-industrie, maar ook in andere sectoren.
Nederlandse investeringen Nederlandse investeringen in Israël zijn vooralsnog bescheiden van omvang. De grootste investeerders zijn Unilever, Heineken, Philips en TNT Post. Enkele andere bedrijven hebben kantoren in Israël, zoals DHV en Getronics. Nederlandse banken of verzekeraars zijn niet rechtstreeks aanwezig in Israël. ABN Amro was van plan via een Israëlische partner investeringsdiensten aan te bieden, maar onduidelijk is of de overname door Fortis dit voornemen veranderd heeft.
Cornelis v. Zutven
|