Geüpdatet op 7 september 2010
Tien jaar geleden was een vat olie nog te koop voor zo'n 20 dollar. De olieprijs was toentertijd in de beleggingsindustrie een non-issue. Slechts enkele – goed ingevoerde – deskundigen gaven toen reeds aan dat er in de wereld een tekort aan olie zou kunnen gaan ontstaan met een prijsexplosie als gevolg. Eigenlijk begon de olieprijs pas in de loop van 2004 echt te stijgen. In de loop van dat jaar werd de grens van 50 dollar gepasseerd. Een jaar later tikte de olieprijs zelfs de 70 dollar aan om in 2006 zelfs de 80 dollar te bereiken. De echte explosie volgde echter in de jaren 2007 en 2008 met als uiteindelijke zenith de prijs van 147 dollar per vat in de zomer van 2008.
Hoe belangrijk is nu die olieprijs voor beleggers? Historisch gezien is een stijgende olieprijs niet goed voor aandelenkoersen. Dat bleek in de jaren '70 tijdens de beide oliecrises en dat blijkt nu weer gedurende de afgelopen 10 jaar. Iemand die op 1 januari 2000 in de AEX was gestapt zou nu op een verlies staan van ruim 50 %. Iemand die op de zelfde dag in olie was gaan beleggen zou in de afgelopen 10 jaar een rendement hebben gerealiseerd van ruim 230%. Oliebeleggers winnen dus ruimschoots.
Waarom is een hoge olieprijs slecht voor aandelen? Een stijging van de olieprijs – 's werelds belangrijkste grondstof – betekent per definitie dat ook andere grondstoffen duurder worden. Overal is immers brandstof voor nodig. Voor het uit de grond halen van goud, aluminium, koper en ijzererts. Voor de landbouw en uiteraard voor het vervoer van deze grondstoffen. Een stijging van de prijs van grondstoffen leidt uiteindelijk tot hogere prijzen voor de meeste producten en tot hogere kosten voor industriële bedrijven. Bedrijven moeten deze hogere kosten doorberekenen en de producten worden duurder. De koopkracht van de consument neemt af zolang zijn inkomen niet gelijk mee oploopt. Inflatie is het onvermijdelijke gevolg. Inflatie leidt tot een hogere rente en dat is nooit goed voor beleggingen.
Een hogere olieprijs is uiteraard niet voor alle beleggingen negatief. Zo worden beleggingen in grondstoffen of bedrijven die aan grondstoffen gerelateerd zijn – zoals mijnbouwbedrijven en olieproducenten – steeds interessanter. De hogere olieprijs heeft ook tot een explosie geleid van koersen van bedrijven actief in de alternatieve energiebronnen. Aandelen in windenergie (stuit nu op enige subsidie-problemen), zonne-energie, kernenergie, uranium en allerhande alternatieve energiebronnen outperformden aan alle kanten. Voor beleggers is het niet onverstandig de weging van grondstoffen en emerging markets – waar de meeste grondstoffen immers vandaan komen – in hun portefeuilles te verhogen. Iets wat de afgelopen 10 jaar ook duidelijk is gebleken. Want terwijl de westerse beurzen de afgelopen 10 jaar op verlies staan is de situatie op de beurzen van de emerging markets volledig omgekeerd. De vier BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) realiseerden tezamen het afgelopen decennium een rendement van 350 %.
Sinds de recessie wordt een stijgende olieprijs juist weer gezien als een positieve factor voor de beurzen. Een aantrekkende olieprijs duidt immers op een herstellende economie en op stijgende bedrijfswinsten. Deze positieve relatie tussen de olieprijs en de beurzen zal echter niet eeuwig voortduren. Op een zeker moment zal de olieprijs weer een dermate hoog niveau bereiken dat de beurzen er hinder van gaan ondervinden. Maar dat biedt ook weer mogelijkheden. De zoektocht naar alternatieve energiebronnen wordt bij een olieprijs van boven de 70 dollar rendabel. Als er de komende 10 jaar ergens veel innovatie in het bedrijfsleven te verwachten is dan is het in de winning van duurzame energie. Daar zouden beleggers met een lange termijn horizon zich op moeten gaan richten. Want dat de olievelden in de wereld uitgeput raken (Peak Oil) staat wel vast en dat betekent voor de prijs van een vat olie op de lange termijn maar één ding: omhoog!
Jan Willem Nijkamp
Jan Willem Nijkamp
|