De reddingsoperatie waarmee zakenbank Bear Stearns van de ondergang werd gered en het gemak waarmee 's werelds grootste vermogensbeheerder UBS nieuw kapitaal kon aantrekken gaven de markten de afgelopen weken weer enige moed. Waar voorheen nog een forse koersdaling volgde wanneer een bank in nood verkeerde reageerden de beurzen nu met een opvallende koersstijging. Wanneer beurzen stijgen na slecht nieuws lijkt het grootste deel van de ellende reeds in de koersen verdisconteerd.
De paniek liep uit de koersen en bijvoorbeeld de AEX-index steeg in korte tijd van 415 naar 465 punten. Na deze “opluchtingsrally” kunnen de markten hun aandacht gaan verleggen van de angst voor de kredietcrisis naar de vraag hoe lang deze recessie zal gaan duren. Want dat de VS in een recessie verkeren wordt inmiddels door niemand meer ontkend.
De gouverneur van de centrale bank van de VS suggereerde tijdens een recente hoorzitting in het Congres dat het ergste grotendeels wel achter de rug is. Naar zijn mening zijn veel noodzakelijke maatregelen onderhand getroffen. Bovendien zal het gevoerde monetaire en fiscale beleid een economisch herstel in de tweede helft van dit jaar ondersteunen. Daarmee laat zich tamelijk optimistisch uit. De huizenmarkt zakt verder in, de index van leading indicators daalt gestaag, stijgende voedsel- en energieprijzen tasten de koopkracht van de consument aan en de arbeidsmarkt vertoont nu ook tekenen van zwakte. De centrale bank kan het zich echter nu eenmaal niet permitteren er een te zwartgallige opinie op de economie op na te houden. Dat zou het vertrouwen nog verder ondermijnen en het eigen stimuleringsbeleid ondergraven.
Nu de aandacht op de markten zich verlegt naar de duur van deze recessie zijn alle ogen meer dan ooit gericht op bedrijfsresultaten over het eerste kwartaal. De analisten hebben hun verwachtingen inmiddels fors naar beneden bijgesteld. Zo wordt van de bedrijven die gezamenlijk de S & P 500-index uitmaken een winstdaling van maar liefst 10 % verwacht ten opzichte van een jaar geleden. De eerste gerapporteerde resultaten vertonen een gemengd beeld.
Ondanks deze verlaagde winstverwachtingen zijn aandelen verre van duur. De AEX-index wordt momenteel verhandeld met een koers/winst-verhouding van slechts 8,6. Het winstrendement op aandelen bedraagt daarmee 11,6 %. Afgezet tegen een rendement op staatsleningen van 4,2 % zijn aandelen daarmee historisch goedkoop. Er is overigens wel reden voorzichtig te zijn met het gebruik van de huidige winstverwachtingen als basis. Het lopende jaar zal zonder meer zeer uitdagend gaan worden voor de winstgevendheid van het beursgenoteerde bedrijfsleven. Historisch hebben winsten altijd sterk te lijden onder recessies en het is maar de vraag hoeveel winstdaling er inmiddels in de koersen is verdisconteerd. Ervaren beleggers weten maar al te goed dat de waardering van aandelen een slecht middel is om de markt te timen. Dure aandelen kunnen nog veel duurder worden en goedkope aandelen kunnen langdurig goedkoop blijven.
Mocht de bodem in de markt ondertussen achter ons liggen – gezien de onrust op de kredietmarkten nog geen zekerheid – dan zal het herstel toch weer vanuit de VS worden ingezet. Want alle hoopvolle visies over een op handen zijnde ontkoppeling tussen de economie van de VS en de rest van de wereld ten spijt blijkt uit koersgrafieken een welhaast angstaanjagende correlatie tussen de S & P 500-index en de MSCI-Wereldindex. Waar de VS gaan volgt de wereld.
Er zijn de afgelopen maanden tientallen miljarden onttrokken uit aandelen en geplaatst op spaarrekeningen. Het sentiment onder zowel particuliere als professionele beleggers is uiterst somber en sommige deskundigen durven zelfs te spreken van de grootste crisis sinds de beruchte Grote Depressie van de jaren '30. Het gezegde luidt echter dat je moet kopen als het bloed door de straten vloeit. Het is de vraag hoeveel bloed er nu nog moet vloeien. Beleggers die verder kijken dan de dag van morgen weten dat de straten ooit weer schoon zullen zijn.
Jan-willem Nijkamp
|