Obligaties werden lange tijd gezien als de veiligere variant van aandelen. Wie niet teveel risico wilde lopen maar toch wilde beleggen, kocht staatsobligaties. Dat een staat failliet zou kunnen gaan of haar schulden niet terug kon betalen, werd eigenlijk onmogelijk geacht. Nu door de schuldencrisis steeds meer landen in Europa een beroep moeten doen op extra steun, groeit ook de onzekerheid onder beleggers en wordt duidelijk dat obligaties niet de veilige haven zijn waar ze altijd voor versleten werden.
Obligaties zijn leningen die overheden en bedrijven uitgeven. Door op deze manier geld te lenen van particulieren kunnen zij in hun financieringsbehoefte voorzien. De obligaties worden uitgegeven tegen een bepaalde rente, ook wel couponrente genoemd. Over het algemeen geldt dat hoe risicovoller de belegger de obligatie acht, hoe hoger de rente is die hij verwacht. Wanneer de belegger de kans groot acht dat een bedrijf of overheid de lening niet terug kan betalen, verwacht hij dus een hoge rente.
Dit is momenteel goed te zien aan de rentetarieven voor Griekse en Portugese obligaties. Het noodlijdende Griekenland moet ruim 21 procent rente betalen over haar staatsobligaties. Portugal, dat eveneens lijdt onder de Europese schuldencrisis betaalt 11,2 procent rente over 10-jarige staatsobligaties.
Lage rente
Heel veel beleggers zien geen heil meer in Zuid-Europees schuldpapier en richten zich massaal op de stabielere obligaties van Nederland en Duitsland. Een nadeel hiervan is dat de rente op deze betrekkelijk veilige obligaties relatief laag is. Mocht de rente waartegen deze landen obligaties uitgeven weer gaan stijgen, dan zijn de oude obligaties met de huidige lage couponrentes in één klap relatief waardeloos geworden. Beleggers die obligaties kopen willen dan immers liever de nieuwe obligaties met een hoger rente dan de laag renderende bestaande obligaties.
Inflatie
Het kan dus aantrekkelijk lijken om in deze tijd te ‘vluchten' in obligaties van betrouwbare landen, maar dit levert slechts een laag rendement op. De 10-jaars rente bedraagt op dit moment 1,7 procent in Duitsland en in Nederland 2,2 procent. Neem hierin mee een inflatie van gemiddeld 2,5 procent binnen de eurozone en dan is al snel duidelijk dat van dit rendement niets overblijft. De Duitse en de Nederlandse staat zijn zelfs spekkoper, omdat zij door de inflatie over tien jaar een bedrag moeten terugbetalen dat veel minder waard is dan in de tijd waarin het is geleend.
Amanda Bulthuis
|