Standard Poor’s verlaagde de waardering van Portugal met twee stappen van A+ naar A-. Het schuldpapier van Griekenland ging naar BB+.
Beurzen reageerden geschokt en daalden dinsdag ruim 2%. De AEX sloot 2,3% lager. Woensdag stond de AEX tot een half uur voor sluitingstijd slechts 0,3% in de min, maar in het laatste halfuur ging de index alsnog onderuit en verloor 1,3%. Wallstreet sloot dinsdag ook 2% lager. Woensdag werd door Standard Poor’s ook het schuldpapier van Spanje verlaagd, maar dat had weinig invloed meer in de VS, want woensdag sloot Wallstreet al weer 0,5% hoger.
Junk status Waarom ratingbureau Standard Poor’s juist nu komt met de afwaardering is vreemd. Griekenland heeft de onderhandelingen afgesloten met de 16 landen van de EU en met het IMF over leningen ter waarde van 45 miljard euro, tegen een rente van 5%. Op 10 mei zouden de contracten worden getekend. Door de verlaging van de waardering naar BB+ krijgt het schuldpapier de ‘junk-status’. Daardoor wordt het voor Griekenland steeds duurder om geld aan te trekken. De rente voor langjarig schuldpapier steeg al tot boven de 8%, voor tweejarig tot 18%. Standard Poor’s blokkeert nu de deur voor de Grieken om nog ergens anders dan binnen Europa en het IMF geld te lenen.
Van Spanje en Portugal is al heel lang bekend dat zij grotere schulden hebben dan de noordelijke Europese landen. Spanje lijdt onder een hoge werkloosheid van meer dan 18%, door de ineenstorting van de huizenmarkt. Verlaging van de rating maakt het ook voor deze landen moeilijker om aan geld te komen. Door de recente wijzigingen van de rating dreigen meer Europese landen een verlaging tegemoet te zien. De PIIGS-landen (Portugal, Italië, Ierland, Griekenland, Spanje) zijn de zwakste landen binnen de EU.
Duitse houding onverstandig De Duitsers hebben al maanden geageerd tegen de spilzucht van de Grieken en weigerden leningen te verstrekken, of anders stelden ze hoge eisen aan de besteding van de lening. Dat was wellicht een goede zet voor de nationale politiek van Angela Merkel, maar voor Europa – en dus ook de Duitsers zelf – was het onverstandig.
Door het gestrubbel kregen Amerikaanse beleggers zicht op de grote begrotingstekorten in de Europese Unie, waarvan ze altijd hadden gedacht dat die tot 3% beperkt zouden zijn. Ze zagen de onmacht van de politiek leiders en de centrale bank om een strakke regie te voeren om de problemen op te lossen. En ze zagen landen die geen eenheid vormden en alleen het eigen straatje schoon wilden vegen.
Daardoor verzwakte de positie van Europa als tegenwicht van de VS. Beleggers verkochten euro’s en kochten dollars, waardoor de dollar steeds sterker werd. Dat gaf ook Standard Poor’s het vertrouwen om de verslechterde financiële positie van Europa negatief te beoordelen in de waardering van het schuldpapier.
Griekenland en Californië De ophef over de schuldenpositie in Europa van enkele zwakke landen als Griekenland is eigenlijk opmerkelijk, omdat Griekenland slechts 1,5% van de economie van de Europese landen uitmaakt. Op mondiaal niveau betekent het helemaal niets. Maar kijk eens naar de Verenigde Staten. Daar is de staat Californië ook in een slechte financiële conditie. Nadat het in 2008 al eens zonder geld zat, in 2009 weer in de problemen kwam, zijn de problemen in 2010 nog steeds groot. Door verminderde belastinginkomsten, ingezakte huizenmarkt en hoge werkloosheid zijn grote financiële problemen ontstaan. Het begrotingstekort bedroeg begin dit jaar 32 miljard euro. Analoog aan de situatie in Europa weigeren andere Staten geld te lenen aan Californië.
Er is echter één groot verschil tussen Californië en Griekenland: Californië is de achtste economie van de wereld. De impact zou veel groter kunnen zijn als Californië de rekeningen niet meer zou kunnen betalen, en toch horen we weinig van de problemen. Californië heeft echter het voordeel dat de inwoners redelijk welvarend zijn en dat het een staat is binnen de VS. Bij echte problemen komt de overheid uiteindelijk te hulp, althans dat denken beleggers. Daarom is er geen paniek. In Europa zijn alle landen nog zelfstandig. Ze moeten hun eigen boontjes doppen, roepen dat ook steeds, en dat verergert de situatie. Uiteindelijk is iedereen binnen Europa slechter af.
Speelbal van speculanten Europa heeft de problemen dus grotendeels aan zichzelf te wijten, en had kunnen weten dat problemen in de financiële wereld moeten worden opgelost voordat ze een eigen leven gaan leiden en een speelbal worden van speculanten. We hebben het al eerder gezien, vóór de kredietcrisis, toen ratingbureaus leningen van slechte hypotheken veel te hoog waardeerden, wat uiteindelijk de kredietcrisis veroorzaakte, en middenin de kredietcrisis, toen een cocktail van lagere koersen van banken, lagere ratings van ratingbureaus en speculatie van shorttraders er voor zorgden dat de financiële wereld bijna failliet ging.
De Griekenland-crisis maakt pijnlijk duidelijk dat alleen een echte Europese eenheid financiële stabiliteit in Europa kan brengen.
Martin Plooi
|