Triodos Bank is al jaren actief in ontwikkelingslanden en vooral ook in Afrika. Van de EUR 130 miljoen financiering die men wereldwijd aan microfinancieringsinstellingen verstrekt, gaat momenteel zo'n EUR 25 miljoen naar Afrika. Frank Streppel is namens Triodos Bank veelvuldig in het werelddeel. De fondsmanager gaat in op het belang van de ontwikkeling van de financiële sector.
Triodos Bank begint meer en meer ontdekt te worden door mensen die hun geld op verantwoorde wijze weg willen zetten. De bank draagt via het beheer van gespecialiseerde fondsen bij aan de ontwikkeling van de financiële sector in ontwikkelingslanden door middel van onder meer microfinanciering, maar ook van duurzame energie en duurzame handel. Triodos Bank biedt particulieren met het aanbod van specifieke spaar- en beleggingsproducten de mogelijkheid in deze ontwikkeling te investeren.
Financiering in ontwikkelingslanden is het terrein van Streppel, de deputy director van Triodos Investment Management. Hij is onder meer fondsmanager van het Hivos-Triodos Fonds en verantwoordelijk voor investeringen in met name de financiële sector in Oost-Afrika. Hij bezocht Afrika minstens 50 keer in de acht jaar dat hij bij Triodos werkzaam is.
Diverse partijen bieden momenteel specifieke Afrika-fondsen aan. Waarom doet een ontwikkelingsspecialist als Triodos dat niet?
"Wij richten ons meer op de thema's duurzame energie, duurzame handel en ontwikkeling van financiële sector. We kijken daarbij natuurlijk ook naar rendement, maar ook of de sector die wij kiezen van belang is voor de ontwikkeling van een maatschappij. Dat wij in financiële instellingen investeren, is vanuit de overtuiging dat wij bij willen dragen aan de ontwikkeling van een solide, duurzame financiële sector die toegankelijk is voor brede lagen in de samenleving."
"Dat vinden wij belangrijk, omdat als mensen toegang hebben tot financiële dienstverlening zij hun talenten kunnen ontplooien. Dat kan zijn in bedrijfsvoering; krediet om bedrijven te laten groeien, maar ook hele basale dingen als een plek om je spaargeld onder te brengen. In veel Afrikaanse landen ligt de toegankelijkheid tot de financiële sector onder de 20 procent. Nu hebben deze mensen meestal niet heel veel middelen, maar zij willen natuurlijk ook graag sparen. Zonder goede financiële sector ontkomen die mensen er niet aan hun geld allemaal onder hun matras te houden, wat natuurlijk erg kwetsbaar is. In die zin hebben banken een enorm belangrijke sociale rol."
"Ook economisch is het belang groot. Door dat geld bij banken te brengen, komt het in circulatie. Banken zetten het actief uit en alleen al het feit dat het geld gaat circuleren, stimuleert de economische ontwikkeling."
"Daarnaast helpt het de verdeling van welvaart. In veel Afrikaanse landen is de belangrijkste bron van inkomsten geld dat uit de zogenoemde diaspora komt; mensen die in het buitenland werken en het geld huiswaarts sturen. In Ghana, Oeganda en Kenia speelt dat een heel belangrijke rol. Dat betekent dat het erg belangrijk is dat er betrouwbare en kostenefficiënte manieren moeten bestaan om internationale geldstromen mogelijk te maken. Hetzelfde geldt overigens voor mensen die in de stad werken en geld naar het platteland verzenden; door de urbanisatie komt ook dat veel voor."
U hebt zitting in de Raad van Commissarissen van banken in Madagaskar, Tanzania, Kenia en tot voor kort ook in Oeganda. Houdt u daar vinger aan de pols?
"Vinger aan de pols houden doe je als je een investering wilt bewaken. Maar wij doen veel meer dan dat. We investeren als minderheidsaandeelhouder in die banken. Niet in een dominante positie; wij willen geen dochterondernemingen opzetten of management gaan voeren. We nemen wel heel actief deel aan het bestuur van die banken en nemen zitting in de board of directors. Op die manier dragen we bij door middel van kennisoverdracht, het beschikbaar stellen van onze netwerken, het meehelpen ontwikkelen van een strategisch plan, het opbouwen van controlestructuren; in algemene zin werken aan de groei en ontwikkeling van dergelijke banken."
Hoe ontwikkelt de financiële sector zich?
"Dat gaat heel snel. In de jaren '90 is een aantal microfinancieringsinstellingen opgekomen. Die hebben aangetoond aan de rest van de toch wat vastgeroeste financiële wereld dat banken in ontwikkelingsgebieden ook de onderlaag op een goede, efficiënte en winstgevende manier kunnen bedienen. Internationale banken zien nu ook kansen. Zo trok Barclays zich in Kenia steeds meer terug uit het platteland. Branches werden gesloten en werden gezien als kostenpost; men trok zich terug in de grote steden met grotere klanten. Nu is dat helemaal omgedraaid en heeft men in 2008 al tientallen aanvragen ingediend om nieuwe branches te gaan openen. Men expandeert enorm, juist in de rurale gebieden. Ook in landen als Zambia en Oeganda is men actief. Andere banken zijn eveneens actief aan het expanderen"
Juicht u die ontwikkeling toe?
"Het succes van de specialistische bedrijven waar wij mee werken, die bewezen hebben dat het mogelijk is om succesvol en kostenefficiënt in de onderkant van de samenleving te opereren, heeft als gevolg dat andere partijen komen concurreren met onze klanten. Vanuit ontwikkelingsoogpunt is dat echter uitstekend. De groei en professionalisering met gezonde concurrentie van de financiële sector zien wij dus wel met tevredenheid aan."
Zit uw werk er dan op?
"In Afrikaanse landen is dat nog niet zo snel het geval. Neem onze portefeuille in Zuid-Afrika, waar de financiële sector uitstekend is ontwikkeld, waar meer dan 50 procent van de bevolking toegang heeft en groei op dat gebied gestaag is. Daar hebben wij qua ontwikkeling van de sector weinig toegevoegde waarde. Toch hebben wij ook daar klanten die zich specifiek richten op de allerlaagste inkomensgroepen. Traditionele microfinancieringsinstellingen, die zich speciaal richten op vrouwen in arme streken, bijvoorbeeld. Die kunnen met dat geld een handel opzetten en in hun eigen levensonderhoud gaan voorzien. Dus zelfs in de meer gevestigde markten zijn nog grote gaten die bediend moeten worden. Er is nog ontzettend veel te doen. In Afrika staat de sector nog in de kinderschoenen."
"Maar het is mogelijk dat wij op enig moment besluiten naar een andere regio te gaan waar de behoefte groter is. In sommige landen zijn we onze portefeuille langzaam aan het afbouwen en eigenlijk is dat een goede zaak. Wanneer banken voldoende lokaal spaargeld aan kunnen trekken, voegen onze leningen niet veel meer toe. "
Hoe kan men beleggen of bijdragen aan de ontwikkeling van Afrika via Triodos?
"Mensen die microfinance willen ondersteunen, kunnen dat bij Triodos op meerdere manieren doen. Men kan beleggen in het Triodos Fair Share Fonds, dat investeert in microfinancieringsinstellingen. Daarnaast kan men ook een Noord-Zuid Spaarrekening openen. Daarover wordt gewoon goede rente betaald en de rekening heeft flexibele voorwaarden. Het is gewoon een spaarrekening zonder risico, maar het verschil met andere banken is dat heel duidelijk is wat er met het geld gebeurt; het wordt ingezet in ontwikkelingslanden. De funding van de rekeningen wordt gebruikt als financieringsbron voor een lening die vervolgens door de bank aan het Hivos-Triodos Fonds wordt verstrekt. Daar bouwt het fonds de portefeuille mee uit."
Waarom bent u bij Triodos gaan werken?
"Voor mij was dat een heel bewuste keuze. Ik ben mijn bancaire carrière begonnen bij ABN Amro, waar ik een jaar of acht gewerkt hebt en management development programma’s heb doorlopen. Dat ging prima, maar het bood mij niet hetgeen dat ik zocht. Ik heb daarom onbetaald verlof genomen en ben anderhalf jaar in Sri Lanka voor Artsen Zonder Grenzen gaan werken als financial controller. ABN Amro heeft mij daarvoor trouwens alle ruimte geboden door mij werk in het vooruitzicht te stellen bij mijn terugkeer. Ik ben dus ook weer daar begonnen, maar kwam al vrij snel tot de conclusie dat het niet meer was wat ik zocht."
"Toen ben ik heel bewust gaan zoeken naar een plek waar ik mijn bancaire kennis kan combineren met een iets eerlijkere verdeling van welvaart in een internationaal kader. Triodos sprak me erg aan omdat het een zelfstandige organisatie is, die een belangrijk stempel kan drukken op maatschappelijke ontwikkeling vanuit een professionele, bancaire rol. Ik kwam dus vrij snel bij Triodos terecht; nu zo'n acht jaar geleden."
Was Afrika als werkveld ook een bewuste keuze?
"Dat was min of meer toeval en feitelijk is de regio ook niet erg belangrijk. Binnen ons team maak je natuurlijk wel praktische afwegingen; het is vanzelfsprekend dat de persoon die Zuid-Amerika doet vloeiend Spaans spreekt en degene die Centraal Azië beheert Russisch. Los daarvan vergt het werk flexibiliteit, aanpassingsvermogen en de kwaliteit je te kunnen verplaatsen in andere culturen."
Ziet u zichzelf in de toekomst definitief vestigen in Afrika om mee te helpen de financiële sector te ontwikkelen?
"Misschien wel, waarom niet? Helaas zou ik dan wel moeten stoppen bij Triodos, omdat wij centraal opereren vanuit Nederland. En ik zou dat niet graag doen, omdat we een fijn team vormen van mensen die zeer betrokken zijn en enthousiast werken aan hetzelfde doel. Dat vind ik ontzettend waardevol."
Gerelateerd:
Cornelis van Zutven
|