Europa gaat op 4 juni naar de stembus. Het oude continent verkeert in de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. De kredietcrisis is de boosdoener. En hoewel de crisis is ontstaan in de VS toont ze aan dat de onderliggende economische structuren wereldwijd niet sterk zijn. Europa heeft bijvoorbeeld een particulier bankwezen met meer schulden dan de Amerikaanse sector. Bovendien hebben we een minder flexibele arbeidsmarkt en een minder slagvaardige politieke aansturing. In dat laatste kan verandering komen met de Europese verkiezingen. Ik schrijf dit uiteraard met de nodige aarzeling.
Het is de vraag of Europeanen zich laten leiden door het slechte economische nieuws als ze stemmen. In de VS sponnen de Democraten duidelijk garen bij de crisis die aan de verkiezingen voorafging. In Europa is bekend dat hoge werkloosheid leidt tot extremisme, maar waarschijnlijk zal de invloed van de economie op de verkiezingen niet groot zijn. Andersom is de vraag veel interessanter. Hoe raken de verkiezingen de toekomstige economie?
Europa kent namelijk een aantal flinke economische zorgen. De grootste zorg is of het budgettaire beleid van de landen in de Europese muntunie wel goed afgestemd is. Die landen moeten zich aan het Groei- en Stabiliteitspact houden. Landen met budgettaire problemen moeten volgens dit pact hun begrotingsdiscipline snel hervinden. Maar door de crisis is dit pact onder druk komen staan en het is onzeker of alle lidstaten snel weer aan de budgettaire eisen kunnen voldoen. De begrotingstekorten lopen in veel gevallen op tot het dubbele van het maximum en het is lastig om deze tekorten snel weg te werken.
Een andere grote zorg is het aanpassingsvermogen van de Europese economie. Met name op het gebied van arbeids- en goederenmarkten is de Europese economie een stuk minder flexibel dan de Amerikaanse of de Chinese economie. Hierdoor is de kans dat de crisis in Europa langer duurt groot. Het flexibeler maken van deze markten is ook niet van de ene op de andere dag gerealiseerd.
De derde zorg is de toetreding van nieuwe lidstaten. In Oost-Europa heeft de kredietcrisis hard toegeslagen en de Europese cohesie ligt opnieuw onder vuur. Het is hierbij belangrijk dat het hebben van één Europese munt een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het stabiliseren van de Europese economieën. Dat was onmogelijk geweest met alle oude munteenheden. En de vierde grote zorg betreft de Europese arbeidsproductiviteit. Hoe zal die zich na de kredietcrisis verder ontwikkelen?
Het is onwaarschijnlijk dat de Europese Verkiezingen deze problemen gaan oplossen. Het Europees Parlement heeft de afgelopen jaren meer macht en invloed gekregen, maar de problemen van de kredietcrisis zijn te groot om over de lidstaten heen op te lossen. Neem de roep om meer toezicht op de financiële sector. Een pannationale toezichthouder lijkt voor de hand te liggen, omdat alle grote banken over de grenzen heen opereren. Maar ziet u het al gebeuren dat een Nederlandse voorzitter van een dergelijk instituut een Franse bank de wet voorschrijft? Het ligt veel meer voor de hand om het toezicht per land goed uit te voeren en aan te scherpen. Als alle lidstaten dat zouden doen, zouden we al een stuk beter af zijn.
De grootste verdienste van de Europese Verkiezingen is de opbouw van sociaal kapitaal en saamhorigheid binnen Europa. Dat hebben we nodig om andere successen te kunnen bereiken. Wie had er bij de eerste Europese samenwerking gedacht dat we ooit 1 Europese munt zouden krijgen? Ik hoop dat u uw stem laat gelden op 4 juni: het is een stem voor de goede zaak.
Elmer Sterken
|