Met de Europese verkiezingen op komst is het goed eens te kijken waar de Europese Unie vandaan komt. De eenwording van Europa heeft altijd veel weerstand opgeroepen en doet dat nog. Het mag dan mogelijk zijn vrij te reizen binnen de Unie, de landsgrenzen zijn zeker nog aanwezig. Tot een Verenigde Staten van Europa zal het dan ook nooit komen. Toch heeft de eenwording veel economisch profijt opgeleverd.
De Europese bevolking is ambivalent over Europa. Van de ene kant heeft de eenwording ze geen windeieren gelegd en van de andere kant is de nationale identiteit vele malen sterker dan de Europese. Je zult dan ook weinig Europese burgers horen zeggen dat ze Europeaan zijn.
De weerstand tegen Europa is makkelijk te begrijpen als je naar het historisch perspectief kijkt. Er zijn verschillende machten die geprobeerd hebben Europa te veroveren en te verenigen. Het Romeinse rijk is daar een voorbeeld van, maar ook Hitler had als ideaal om Europa onder zijn invloed te brengen.
Naast die haast natuurlijke weerstand tegen een Europese eenwording staat het besef dat samenwerking wel haast noodzakelijk is. Samenwerking levert namelijk economisch profijt op. Vanuit die gedachte werd in 1952 de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal opgericht. Deze organisatie had als doel om een ononderbroken voorziening van kolen en staal te realiseren voor de wederopbouw van Europa. De EGKS bestond uit zes landen: Italië, Duitsland, Frankrijk, België, Nederland en Luxemburg. Ze kan worden beschouwd als een verre voorloper van de Europese Unie.
Verdere samenwerking kwam er in 1957 met de Europese Economische Gemeenschap en Euratom. In 1993 (het verdrag van Maastricht) werden de bevoegdheden van de Europese Gemeenschap uitgebreid met een aantal beleidsterreinen en liet men de term ‘economische’ vallen omdat er niet meer zuiver sprake was van economische samenwerking. In 1999 werd de basis gevormd voor de huidige Europese Unie. Momenteel bestaat de Europese Unie uit 27 lidstaten en staan er nog verschillende landen op de lijst van kandidaat-lidstaten.
Op 1 januari 2002 werd de euro definitief ingevoerd in de landen van de eurozone. De scepsis tegenover de nieuwe munt was groot. Burgers hadden het gevoel dat alles veel duurder werd na de invoering van de euro en veel politici ontkenden dit. Tijdens de kredietcrisis bleek echter ook een groot voordeel van de euro. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld waren de problemen door de kredietcrisis nog groter doordat de pond sterk devalueerde tegenover de euro.
Door de globalisering is economische samenwerking voor Europa onmisbaar geworden. Maar ook buiten de economie zijn er punten die geregeld moeten worden in Europees verband. We kunnen als Nederland wel minder milieuvervuiling willen, maar die vervuiling houdt niet op bij de grens. Ook op het gebied van politiek staat een verenigd Europa sterker tegenover mogelijke toekomstige dreigingen. De Europese verkiezingen zijn dus zeker van belang. Want of je nu met of zonder Europa wil, het Europees Parlement bepaalt wel de toekomst van ons continent.
Joop van Vlerken
|