Wie nog een eindejaarsrally had verwacht, komt bedrogen uit. De beurzen ogen mat en zijn in een zijdelingse trend beland. Met de nieuwe regering van Obama in aantocht, wordt het in het kamp van President Bush steeds stiller.
De grootste beslissing die President Bush nog had kunnen nemen voordat zijn termijn op 20 januari eindigt, was leningen toekennen aan de autofabrikanten in de VS. General Motors heeft liquiditeitsproblemen en kan de lonen nog maar enkele weken uitbetalen. Ook Chrysler heeft dringend geld nodig. Chrysler sluit alle Noord-Amerikaanse fabrieken voor tenminste de komende maand. Ford heeft nog wel voldoende middelen.
De autofabrikanten vragen minstens $14 miljard dollar aan goedkope leningen. Op zich niet zo’n heftige eis. De overheid kan goedkoop geld lenen (zelfs tegen 0%!) en leent het tegen een hogere rente uit aan de autofabrikanten. Het vreemde is dat de Republikeinen dat niet willen. Ze gebruiken de typisch Amerikaanse filosofie dat als een bedrijf niet kan concurreren, het een probleem is van dat bedrijf zelf en dat Amerikaans belastinggeld niet voor de redding mag worden gebruikt. Dat argument gebruiken ze ook nog steeds om steun te ontzeggen aan huiseigenaren die in de problemen zijn gekomen. Eigen schuld, dikke bult. Ondertussen blijven de huizenprijzen dalen en komt de economie in een recessie.
De filosofie wordt bovendien niet erg consequent toegepast. De banken kregen eind oktober wel $250 miljard aan leningen. Die hadden de problemen helemaal aan zichzelf te wijten en veroorzaakten bovendien grote problemen in de rest van de wereld. De regering verdedigde de stap door te stellen dat het niet allen ging over de redding van Wallstreet maar van ‘Main Street’.
Autofabrikanten hebben pech
De Autofabrikanten zijn het slachtoffer geworden van een zeer hoge olieprijs in de zomer waardoor hun SUV’s niet meer werden verkocht. In het najaar werden ze getroffen door de grote bankencrisis waardoor consumenten besloten tot een kopersstaking.
Republikeinen roepen dat de autofabrikanten de verkeerde auto’s maken, inefficiënt werken en te hoge lonen betalen. Daarbij vergeten ze dat ook Toyota, bekend van de zuinige Prius, 30% omzetdaling zag in het derde kwartaal.
Een beetje pech hebben ze dus wel en aan de zeer cyclische auto-industrie zouden leningen moeten worden verstrekt. Te meer omdat in de auto-industrie honderdduizenden mensen aan het werk zijn.
Het Huis van Afgevaardigden keurde vorige week een wetsvoorstel goed voor steun van $14 miljard. Een zg. car czar (een auto-tsaar) met verregaande bevoegdheden zou er op toezien dat de gelden goed werden besteed en dat door reorganisatie de auto-industrie weer concurrerender zou worden. Maar de Senaat stemde vorige week tegen het wetsvoorstel. President Bush probeerde een ramp te voorkomen door te verklaren dat hij het geld uit het TARP-fonds van $700 miljard zou halen.
‘Orderly bankruptcy’
Maar donderdag verklaarde President Bush dat hij nog twijfelde over zijn beslissing. In een gewone situatie was faillissement een goede zaak om bedrijven te herstructureren. Maar dit waren geen gewone tijden. Boven kon hij president Obama in de eerste maand van zijn regering toch niet opzadelen met de rotzooi, als hij de autofabrikanten failliet zou laten gaan.
Een ‘orderly bankruptcy’ zou een mogelijkheid zijn om de auto-industrie te reorganiseren.
Zijdelingse trend
De beurzen lijken het jaar uit te kabbelen. De Dow Jones beweegt tussen 8.300 en 8.900, de AEX tussen 240 en 260.
Alleen als Bush geraakt wordt door het warme kerstgevoel en als een herboren Scroogh toch de miljarden uitdeelt aan de autofabrikanten zullen de beurzen sterk kunnen opveren. Honderdduizenden arbeiders zullen hem dankbaar zijn en een fijne kerst hebben. De beursindices kunnen dan nog 5 tot 10% kunnen stijgen. Blijft het echter bij woorden, dan dooft de beurs als een nachtkaars.
Pas vanaf januari 2009, als Obama aantreedt met zijn nieuwe regering, zal de markt weer ontwaken en dan kunnen we ons gaan opmaken voor nieuw elan.
Dit is mijn laatste column van het jaar. Prettige kerstdagen!
|