Huidig
De politieke kaart van Zuid-Amerika kleurt roder en roder. Brazilië heeft president Lula, in Venezuela heeft Castro-adept Chavez de touwtjes in handen, Bolivia kent in Morales een pure socialist en ook Argentinië, Uruguay en Chili hebben momenteel een links staatshoofd.
De VS, die zich in de jaren ’90 als kapitalistisch vlaggenschip de overwinnaar wisten van de koude oorlog en om die reden zelfs belangstelling voor Cuba verloren, ziet het met lede ogen aan. Maar in hoeverre kan de Noord-Amerikaanse economie onder druk komen te staan van de verlinksing in Latijns-Amerika?
In de jaren ’70 behaalde Allende als socialist de verkiezingsoverwinning in Chili. Lang bleef de man niet aan het bewind; in ’73 werd na een staatsgreep de leider vervangen door generaal Pinochet, die naar eigen zeggen zijn land redde uit de greep van het communisme. Inmiddels is het een publiek geheim dat deze junta een kunstwerkje was van de CIA, dat een tweede linkse natie zo dicht bij het thuisland niet gebruiken kon. Daarbij behoort wel de kanttekening, dat de verkiezingen die Allende won weer door de Sovjet-Unie ondeugdelijk waren beïnvloed. Niettemin hebben de VS nu ineens te kampen met een opmerkelijk groot aantal ‘buurstaten’ met socialistische inslag. De oorzaak ligt voor de hand: armoede onder grote delen van de bevolking zal altijd een roep naar gelijkheid teweegbrengen. Bovendien is de mondiale tendens, zelfs in Europa, om de slipstream van de VS te verlaten en een eigen koers te varen. Van de voortrekkersrol, moreel, politiek maar vooral economisch, die de Verenigde Staten sinds de laatste wereldoorlog bekleedden, blijft steeds minder over.
Van de nieuwe leiders in Midden- en Zuid-Amerika is Hugo Chavez degene die het meest probeert te profiteren van de ruk naar links in de hem omringende naties. Volgens de leider van Venezuela biedt het huidige politieke klimaat een uitgelezen kans om de (economische) invloed van de VS in zijn regio een halt toe te roepen. Of het zo’n vaart zal lopen, is de vraag. Chavez heeft een grote voorraad olie in huis, waardoor hij zich wat meer kan veroorloven dan andere naties. Analytici vermoeden bijvoorbeeld dat President Lula van Brazilië niet meedoet aan het ‘stuntwerk’ van Chavez. Het oplossen van de ongelijkheid onder de Brazilianen, waar Lula’s befaamde sociale plannen op gericht zijn, komen in gevaar wanneer Amerikaanse bedrijven als General Motors, ESSO, Texaco, Cargill en Ford de deur wordt gewezen. Deze bedrijven waren in 2003 gezamenlijk goed voor verkoopcijfers van 15,5 miljard in zijn land. Wal-Mart, dat het Braziliaanse bedrijf Bompreco overnam van Ahold, behoort door deze keten tot de top 3 van de plaatselijke retailmarkt.
Nieuwe OPEC
De Verenigde Staten willen een samenwerking op het vlak van ethanolproductie uit gewassen voor brandstof met Zuid-Amerikaanse landen. Landen als Honduras en de Dominicaanse Republiek kunnen hierdoor hun invoer van olie indammen, terwijl de VS zelf ethanol wil gaan aanwenden om het eigen olieverbruik te kunnen reduceren. Hierdoor staat Brazilië sterk in de gesprekken; de VS zijn niet zelfstandig in staat om genoeg alternatieve brandstofbronnen in eigen land aan te boren om de gewenste daling in olieverbruik van 20% (tot 2017) te bereiken. De opzet van deze samenwerking zou vergelijkbaar zijn met OPEC. De VS willen en kunnen zich hiermee weer middenin het Amerikaanse krachtenveld nestelen. Inderdaad: buiten Chavez en de zijnen om.
Opmerkelijk is, dat de verlinksing van het werelddeel voortkomt uit de armoede onder grote groepen van de bevolking. Waarschijnlijk zal juist dezelfde, penibele situatie de Zuid-Amerikaanse naties ertoe brengen voorzichtig te blijven met zich te fel te kanten tegen de Verenigde Staten. Bovendien lijkt de VS zelf zich ook bewust van de nieuwe situatie: de tijd van Amerikaanse stromannen en dependances her en der in de wereld is voorbij, zeker in Zuid-Amerika. Met Obama aan het roer is de kans groot dat de banden beter worden.
In Zuid-Amerika heeft de kredietcrisis hard toegeslagen. Het gebied moet het vooral hebben van zijn grondstoffen en de vraag daarnaar is met de neergaande economie hard gedaald.
Uitgelicht: Venezuela wereldmacht op energiegebied?
De wens van de Verenigde Staten om het aandeel alternatieve brandstoffen in de energiehuishouding te vergroten in de komende jaren, komt op een moment dat de vijfde toeleverancier van olie, Venezuela, zich bizar beweegt op die markt. De reserves die onder de Venezolaanse bodem te vinden zijn, hebben een omvang die ergens moet liggen tussen de 80 miljard en 316 miljard ton olie, afhankelijk van de ontwikkelingen op het vlak van verwerkingscapaciteit. Daarmee behoort het in ieder geval tot de zeven grootste voorraden op de wereld, maar met behulp van technische innovaties zou men zelfs oliekampioen Saoedi-Arabië naar de kroon kunnen steken.
Chavez, zich bewust van deze rijkdom, springt opmerkelijk om met de belangrijkste grondstof van zijn land. Toen de olieprijzen de afgelopen jaren omhoog schoten, gaf het staatsbedrijf PDVSA (Petroleos de Venezuela) de voorkeur aan handel met Bolivia en andere landen in Zuid-Amerika en de Caribbean. Met de olie, die vaak tegen gereduceerd tarief en betaalt in natura (suiker, gewassen en dienstverlening) het land verlaat, probeert Chavez buurlanden voor zich te winnen.
Of Chavez, die al één staatsgreep moest afslaan, lang aan het roer zal blijven van Venezuela is de vraag. Bovendien is zijn macht afgenomen door de dalende vraag naar olie en de dalende olieprijs. Bovendien is er in de Verenigde Staten een veel gematigder man aan de macht die alles zal doen om de relatie met zijn Zuid-Amerikaanse vrienden te herstellen.
|