Historie
De kredietcrisis begon in de Verenigde Staten in 2007 als een hypotheekcrisis. Doordat de problematiek zich al spoedig uitbreidde tot de gehele financiële sector, werd deze naam langzaamaan vervangen door kredietcrisis.
Amerikaanse hypotheekverstrekkers bleken op grote schaal ten onrechte hypotheken te hebben verstrekt aan mensen die eigenlijk niet bij machte waren de lasten te voldoen. Niet alleen werd door de financiële instellingen te soepel omgegaan met de beoordeling van het vermogen van de huizenkopers, in veel gevallen werd ook nog eens gespeculeerd op een sterke gemiddelde groei van de huizenprijzen, zodat hypotheken naar verloop van tijd alsnog betaalbaar zouden worden. De aanzienlijke renteverhoging op de hypotheek na de eerste jaren zou daarmee het hoofd geboden kunnen worden. Doordat de rente steeg en de huizenwaarde achterbleef, kwamen honderdduizenden Amerikanen in acute problemen. De verwachting was dat meer dan een miljoen mensen het risico liepen uit huis gezet te worden als gevolg van de problematiek.
Van hypotheek naar krediet
Het kredietprobleem sloeg over op zakenbanken, die de hypothecaire leningen hadden overgenomen van de hypotheekverstrekkers. Omdat die al spoedig merkten dat zij het geld van de huizenbezitter nooit in handen zouden kunnen krijgen, moesten in sommige gevallen gigantische afschrijvingen worden gedaan. De gekochte hypotheken bleken immers niets waard. Doordat onzeker was hoeveel en welke banken zich op deze wijze in de vingers hadden gesneden, viel het vertrouwen in de gehele financiële sector weg.
De vertrouwensbreuk had tot gevolg dat banken, in de VS, maar ook in Europa (Duitsland, Engeland, Frankrijk), failliet gingen of in dusdanig zwaar weer belandden dat overal de hand op de knip ging. Leningen voor bedrijven werden uitgesteld, waardoor het investeringsklimaat werd getroffen. Bij gevolg kreeg de gehele mondiale economie zware klappen, omdat de vooruitzichten vertroebeld raakten. Beurzen leden soms enorme verliezen op een enkele handelsdag. De VS zou volgens velen aan de vooravond staan van een (milde) recessie.
Verschillende landen besloten hun garantieregelingen voor de tegoeden van particuliere spaarders uit te breiden. Dit om te voorkomen dat de problemen zouden uitgroeien tot een complete systeemcrisis.
De Amerikaanse federale overheid startte een onderzoek naar de oorzaken van de problemen. Daarnaast zijn noodplannen ontwikkeld om hypotheekhouders van huisuitzetting te redden. De Federal Reserve ging meermaals over tot renteverlagingen om de economie op gang te houden. Daarnaast waren net als in Europa discussies gaande over een meer patriottische aanpak van kredietbeoordeling om problemen als deze in de toekomst uit te sluiten.
Er werden miljarden dollars en euro's in de economie gepompt om enerzijds banken overeind te houden en anderzijds de economie gaande te houden en de schade te beperken. Er werd in Amerika vooral ingezet op het opkopen van slechte leningen van banken. In Europa werden verschillende banken genationaliseerd. Bij andere banken werden kapitaalinjecties gedaan, zodat ze hun balansen weer op orde konden krijgen. Een ander groot punt van zorg was de kapitaalmarkt. Die was bijna stil komen te liggen, omdat banken elkaar onderling niet meer vertrouwden. Overheden probeerden de kapitaalmarkten op gang te krijgen door leningen te garanderen. Daarnaast verlaagde zowel de ECB als de Fed meermaals de rente. In de VS zelfs tot bijna nul.
Nederlandse banken
In Nederland werd (het deels Belgische) Fortis flink getroffen door de economische crisis. Dit leidde ertoe dat de Nederlandse regering alle activiteiten van de Nederlandse Fortis-tak overnam en het grootste deel van de Belgische en Luxemburgse activiteiten van het concern verkocht aan BNP Paribas. Andere financiële instellingen die gebruik hebben moeten) maken van overheidssteun tijdens de crisis zijn ING Groep, AEGON en SNS Reaal.
Een ander probleem in Nederland werd veroorzaakt door Icesave, de spaarbank van de IJslandse Landsbanki. Veel Nederlanders hadden hier een spaarrekening afgesloten en de bank kon haar verplichtingen niet nakomen, zo bleek op 8 oktober 2008. Hierop heeft de Nederlandse overheid samen met de Britse overheid besloten de spaargelden van de Icesave-spaarders te garanderen en terug te betalen bij wijze van lening aan IJsland. Tot op heden is nog onduidelijk hoe IJsland dit geld gaat terugbetalen.
Op 12 oktober 2008 kwamen de Europese ministers van Financiën tot een gezamenlijk pakket van steunmaatregelen. Hierin was onder meer het deelnemen in risicodragend kapitaal van banken en verzekeringsmaatschappijen, het opkopen van illiquide leningen en het garanderen van interbancaire leningen geregeld.
Van krediet naar economie Nadat de crisis was overgeslagen van de hypotheken naar de banken, was de reële economie aan de beurt. Aan het einde van 2008 werd duidelijk dat de meeste westerse landen al in, of op de rand van een recessie verkeerden. Over het tweede en derde kwartaal van 2008 bleek de gehele groei in de eurozone negatief. Daarmee was de crisis overgeslagen naar de economie. Sommige economen vreesden zelfs voor een depressie, maar de meeste verwachtten een zware recessie die het gehele jaar 2009 in beslag zou nemen. In januari 2009 kwam er een nieuwe klap toen bleek dat de bedrijfsresultaten van de meeste ondernemingen wereldwijd erg tegenvielen. Er werden flinke verliezen of in het minst erge geval winstdalingen gemeld. Vanaf het voorjaar van 2009 kwamen steeds meer bedrijven in de problemen.
Vooral landen met een economie die sterk exportafhankelijk was, werden zwaar door de crisis getroffen. De Duitse en de Nederlandse economie vertoonden de grootste krimp in tientallen jaren rond maart 2009 met respectievelijk -6,9 en -4,5 procent. In de hele eurozone werd de krimp in het eerste kwartaal van 2009 geraamd op -4,6 procent.
De economische situatie noopte overheden tot ingrijpen. In de VS werd door de nieuwe president Barack Obama onder meer geïnvesteerd in groene energie, zorg en infrastructuur. Hiermee hoopte hij de economie te stimuleren. Daarnaast presenteerde zijn minister van Financiën een plan om slechte leningen van banken op te kopen. Ook in Europa werden maatregelen aangekondigd om de economie te stimuleren.
In augustus 2009 bleek dat Frankrijk, Duitsland en Japan over het tweede kwartaal van 2009 voor het eerst weer een positieve economische groei lieten zien. Hiermee was de recessie in deze landen dus formeel voorbij.
De Amerikaanse economie bleek na vier kwartalen van krimp in het derde kwartaal van 2009 gegroeid met 3,5 procent. Volgens de economische definitie was daarmee ook de recessie in de Verenigde Staten formeel ten einde. In Nederland bleek de recessie op 13 november 2009 formeel voorbij.
Schuldencrisis laadt op
Leek het herstel in 2010 ingezet en waren beleggers en economen nog positief over de economische verwachtingen, hieraan werd in 2011 een abrupt eind gemaakt. In 2011 laadde de zorgen opnieuw op. Voornaamste reden waar de schulden van diverse Eurolanden, net name Griekenland. Het land had in 2010 al een beroep gedaan op het Europese noodfonds, maar dat bleek in het voorjaar van 2011 niet voldoende. Griekenland vroeg opnieuw om steun en ook werd duidelijk dat andere landen flinke schulden hadden, zoals Ierland, Portugal en Italië. Aan de andere kant van de wereld, in de VS, speelde ook een grote schuldenproblematiek. De staattschuld was zo hoog geworden dat Amerika mogelijk niet meer aan haar betalingsverplichtingen zou kunnen voldoen.
Politieke besluiteloosheid bleek in beide gevallen de bottelnek. In Amerika stonden de republikeinen en de democrate lijnrecht tegenover elkaar en in de eurzone waren er maar liefst 17 lidstaten met allemaal hun eigen visie. Een doorbraak leek voor Europa bereikt eind oktober 2011 toen de regeringsleiders eindelijk een akkoord hadden gesloten over de aanpak van de Europese crisis. De hoofdlijnen waren: een vergroting van het noodfonds, de Griekse schulden die voor de helft werden afgeschreven en verhoogde kapitaaleisen voor banken.
|