Beleggers hebben goede redenen om argwanend te zijn tegenover de maandag. Enkele grote beurscrashes vonden plaats direct na het weekend.
1929
De belangrijkste was ‘Black Monday' op 29 oktober 1929. Na een lange periode van economische voorspoed en stijgende koersen op Wallstreet in de jaren twintig, vlakte de economische groei af. Beleggers waren zo gewend geraakt aan stijgende koersen, dat veel negatieve signalen over de economie werden genegeerd. Beleggers bleven aandelen kopen waardoor de zeepbel op barsten stond. Op maandag daalden de koersen sterk. Ook daarna bleven de koersen maanden achtereen dalen.
1987
Een volgende beurscrash voltrok zich in 1987. Na de economische crisis van begin 1980, herstelde de wereldeconomie zich vanaf 1982. De volgende jaren waren goede beursjaren. Ook nu kwam de beurscrash op een maandag, op 19 oktober 1987. De crash kwam onverwacht, hoewel de jarenlange stijging van de beurs (de AEX steeg 350%), beleggers voorzichtig had moeten maken. De Dow was de vrijdag ervoor al 4,5% gezakt. In het weekend werd er gespeculeerd over een lagere opening van Wallstreet op maandag. Daarom openden de indices die maandag flink lager. Beleggers wilden massaal hun winsten van de vorige jaren verzilveren. De AEX daalde die maandag 12%. De Dow Jones 22%. De volgende dagen daalden de koersen weer. Op 10 november was er ruim 45% van de AEX af.
2008
Ook tijdens de kredietcrisis had de maandag een slechte reputatie. Hoewel de kredietcrisis al in de zomer van 2007 was begonnen, kwamen banken pas in 2008 echt in de problemen. Overheden maakten plannen om banken te redden. Het overleg vond vaak plaats in het weekend en het resultaat werd zondagavond bekend gemaakt. De aard van de uitkomst bepaalde ‘s maandags de koersen op de beurs. Die gingen vele procenten naar boven of naar beneden.
De grootste daling werd veroorzaakt door het plan van Minister van Financiën, Henry Paulson. Hij bedacht een steunplan van $750 miljard. Bij de presentatie van het plan steeg de Dow met 8%. Helaas werd het plan door de Republikeinen verworpen. Dat was op maandag 29 september, de Dow sloot meer dan 700 punten lager, op 10.365 punten. Een nieuwe stemming een week later was wel positief, maar in het weekend van 4 en 5 oktober raakten Europese banken in ernstige problemen. Fortis werd in het weekend gered door de Nederlandse overheid. Maar het was al te laat. Het vertrouwen van beleggers was zoek. Koersen zakten maandag 6 oktober opnieuw sterk. De Dow sloot op 9.995 punten. Op 20 november bereikte de Dow een dieptepunt van 7.552 punten.
Euro-crisis
Ook recentelijk speelde het maandag-effect nog een grote rol. Slechts enkele weken geleden was de Europese schuldencrisis in een beslissende fase beland. Na een turbulente week waarin de AEX 10% verloor, en naast Griekenland ook andere Europese landen besmet leken te worden door een cocktail van afwaarderingen, dalende aandelenkoersen en een dalende euro, waren Europese regeringsleiders bijeen gekomen om in het weekend een reddingsplan samen te stellen. Voorwaarde was, dat het een sterk plan zou zijn, en dat het vóór maandag 10 mei gepubliceerd zou moeten worden, voordat de beurzen zouden openen. Regeringleiders hielden rekening met de beurzen en het maandag-effect! Het plan kwam er op tijd. De Dow sloot die dag 400 punten hoger en de Europese schuldencrisis werd opgelost.
Het maandag-effect is overal bekend, maar beleggers die oog hebben voor de negatieve signalen, kunnen al eerder maatregelen nemen. Zwarte maandag in 1929 werd vooraf gegaan door Zwarte donderdag. De crisis van 1987 werd vooraf gegaan door afvlakkende koersen en een verlies van 4,5% van de Dow Jones op vrijdag. De crisis van 2008 was al ruim een jaar aan de gang toen uiteindelijk banken failliet gingen.
Een oplettende belegger hoeft de maandag niet af te wachten.
Martin Plooi
|