De groei van de Nederlandse economie is onder invloed van de eurocrisis in de tweede helft van 2011 in een krimp overgegaan. De vooruitzichten voor 2012 zijn dan ook somber en blijven somber als de Europese landen geen adequate oplossing weten te vinden voor de schuldproblemen. De groei van de wereldeconomie zal door de Europese stagnatie eveneens lager uitvallen, hetgeen de Nederlandse economie opnieuw niet goed uitkomt. Een stilstand of lichte krimp van de Nederlandse economie behoort in 2012 zeker tot de mogelijkheden. In tegenstelling tot de recessie van 2008/2009 zal de werkloosheid in Nederlnad nu wel gaan oplopen en wordt de groeivertraging sterker gevoeld dan drie jaar geleden. Het goede nieuws is dat na 2012 de kansen op herstel weer groter zijn, mits men in Europa snel tot een economisch aanvaardbare oplossing weet te komen.
Wat Europa betreft is het gewenste pakket van beleidsmaatregelen zo langzamerhand wel helder. Overheidsschulden dienen gesaneeerd te worden in combinatie met krachtige hervormingen van de economische structuur, noodfondsen dienen op een niveau gebracht te zijn dat speculatie onaantrekkelijk maakt en de politieke wil om herhaling van buitensporige schuldopbouw te voorkomen moet institutioneel verankerd worden. In de tussentijd dienen bankbalansen gesaneerd te worden zonder dat banken opnieuw in de verleiding gesteld worden om weer buitensporige risico's te lopen. Al met al een pakket aan maatregelen dat een voornaam beroep doet op de overheidsfinanciën en de bereidheid van de Europese belastingbetaler om bij te dragen aan de oplossing van het schuldenprobleem.
Het debat in Nederland richt zich voornamelijk op de afruil tussen begrotingsdiscipline en het procyclische karakter van de bezuinigingen. Enerzijds kan men in Europa het niet verantwoorden om grote tekorten en oplopende schuldquoten te laten zien, terwijl de Zuid-Europese landen onder druk gezet worden om te bezuinigen. Anderzijds zullen sterke belastingverhogingen of uitgavenminderingen in een recessie de neerwaartse spiraal verstevigen. Er ligt dus een taak om de balans tussen deze twee kwaden te kiezen. In het verleden is gebleken dat het verminderen van de overheidsuitgaven minder kwaad doet dan belastingverhogingen en dus dient de zoektocht naar af- of uitstel van bepaalde overheidsbestedingen volop volbracht te worden. Minder overheidsconsumptie en meer gedegen overheidsinvesteringen lijkt het devies.
Hierbij dient in het oog gehouden te worden dat uitgaven ter stimulering van de productiviteit niet alleen een kortetermijn succes inhouden, maar ook op de langere termijn aantrekkelijk zijn. Voor Uw begrip: de Nederlandse productiviteitsgroei zit vooral in de dienstensector en niet in de verwerkende industrie. Zware kennisinvesteringen in de industrie lekken ook eenvoudig naar het buitenland. In de afgelopen 15 jaar is de Nederlandse groei hoofdzakelijk te danken aan de innovaties in de dienstverlening. Succes lijkt dus weggelegd in geschikte investeringen in kennis en kunde in het lokale bedrijfsleven.
Daarnaast zou het de Nederlandse overheid sieren om nu het economische ontij zo hoog oploopt eindelijk kortenmetten te maken met structurele ontwerpfouten in de arbeids- en onroerend goedmarkten. En als men dan toch bezig is, maar dat zal op Europees niveau een beslag moeten krijgen, is de regulering van de financiële sector, zelfs strenger dan men nu in het hoofd heeft, absoluut noodzakelijk. De prikkels om te veel risico te nemen zijn veel te groot in bijvoorbeeld de bankensector. Nu valt het even mee, maar zodra de economie weer herstelt, dient men het ‘marktgedrag' van financiële instellingen onder controle te houden. Kortom, 2012 wordt een overgangsjaar, lastig voor de consument, maar kansen biedend voor bedrijven en Europese overheden.
Elmer Sterken
|