De aardbeving die Japan op 11 maart verraste, was de grootste sinds tientallen jaren.
De daarop volgende tsunami was hoger dan de dammen die de Japanners hadden gebouwd, waardoor grote delen in het noorden van Japan onderliepen.
De aardbeving verwoestte ook een deel van de kerncentrale van Fukushima Dai-ichi, waardoor de koeling in meerdere reactoren uitviel en het gevaar voor een meltdown wekenlang aanhield. In een week tijd, van 9 maart tot 16 maart daalde de Nikkei 15%, van 10.589 punten op 9 maart tot 8.962 punten op 16 maart.
Door de aardbeving in maart, kromp de Japanse economie met 0,9% in het eerste kwartaal van 2011. De detailhandelsverkopen daalden in Japan in april met 4,8% vergeleken met dezelfde maand een jaar eerder. Maar bijzonder was, dat voor het eerst in twee jaar de prijzen in Japan stegen. Dat was ongewoon in het land waarin deflatie eerder regel dan uitzondering is.
Japan krabbelt op
Analisten voorspelden een donkere toekomst voor Japan, maar vier maanden na de ramp lijkt het sentiment weer te verbeteren. Na de ramp herstelde de Nikkei-index tot 9.500 punten. Maar in de laatste twee weken is de Japanse beurs 600 punten gestegen tot 10.071 punten. Dat is nog 400 punten onder het niveau van voor de aardbeving.
Beleggingsfondsen die in Japan beleggen zijn de laatste twee weken met 10% gestegen. Het Intereffekt Japanse Warrants fonds, dat met een hefboom in Japan belegt, steeg in één maand 24% en heeft nog een stijging van 25% te gaan om het niveau van voor de aardbeving te bereiken.
Verzwakking economie VS en Europa
De Japanse ramp had ook invloed op de economie van de VS en Europa, ook al werd dat meestal niet herkend. Door de aardbeving werd de wereld afgesneden van de Japanse toeleveranciers van onderdelen voor auto- en electronicafabrieken. Dat zorgde voor tekorten waardoor de productie vertraging opliep. En omdat de productie was verstoord, werden werknemers ontslagen. Vooral in mei werden in de VS tegenvallende economische cijfers geproduceerd. De ISM inkoopmanagersindex daalde, het consumentenvertrouwen daalde en het belangrijkste, de werkgelegenheidscijfers, vielen flink tegen in mei. In april was het aantal banen nog met 232.000 toegenomen, maar in mei was de stijging nog maar 54.000. Het werkloosheidspercentage steeg van 9,0 in april tot 9,1 in mei.
Analisten speculeerden over een serieuze verzwakking van de Amerikaanse economie, maar niet als gevolg van de aardbeving in Japan. Ze verklaarden de terugval door een te sterk economisch herstel vorig jaar, waardoor een terugslag was te verwachten. Wat ze echter vergaten, was dat ook Amerikaanse auto- en electronicafabrikanten te kampen hadden met een tekort aan onderdelen. Vanzelfsprekend werden daardoor minder werknemers aangetrokken, waardoor het begrijpelijk was dat de werkgelegenheidscijfers tijdelijk verslechterden.
Ook de schuldencrisis in Europa zorgde voor malheur. De opeenstapeling van negatieve gebeurtenissen deed de beurs geen goed, waardoor het beurssentiment eind juni tot onder het nulpunt daalde.
De Japanse aardbeving en de daaropvolgende verzwakking van de wereldeconomie had ook positieve gevolgen. Vanwege de mis-interpretatie van de ontwikkelingen, vermoedden economen een afnemende economische groei. Het gevolg was een dalende prijs van olie en andere grondstoffen.
Koersherstel
De laatste weken is echter een flink herstel van de beurs opgetreden. Vorige week schreef ik al over deze opluchtingsfase. Deze week stegen beurzen gewoon door. De Dow Jones staat inmiddels op 12.719 punten. Dat is slechts 100 punten onder het hoogste slot van 2011. De AEX steeg donderdag 1% tot 345 punten, maar heeft nog 25 punten te gaan tot de stand van voor de aardbeving.
De toekomst lijkt opeens weer veel positiever. Deze week werden beleggers aangenaam verrast door een stijging van de ISM-inkoopmanagersindex voor de industrie. Die steeg 2 punten tot 55,3. Analisten hadden een verdere daling verwacht. Ook de werkgelegenheidscijfers van salarisstrookverwerker ADP waren onverwacht goed. In juni kwamen er 157.000 banen in de private sector bij, tegenover 57.000 in mei. Vrijdag wordt de officiƫle werkgelegenheidscijfers over juni in de VS bekend gemaakt. Na de tegenvallende banengroei van slechts 54.000 in april, verwachten analisten nu een toename van 90.000. Dat zouden er echter wel eens 60.000 te weinig kunnen zijn.
Nu de aanvoerproblemen van onderdelen uit Japan zijn verholpen, kan de VS de productie weer opvoeren. De achterstanden zullen worden weggewerkt in de komende maanden. Dat is positief voor de fabrieksproductie, de werkgelegenheid, winstcijfers en consumentenvertrouwen. De kans op hogere beurskoersen neemt daarmee toe. En voor het eerst sinds jaren biedt de Japanse beurs uitzicht op een mooi rendement.
Martin Plooi
Martin Plooi
|