Olie is niet alleen de belangrijkste grondstof ter wereld, het is ook de barometer van de economie. Geen wonder dus dat de olieprijs een ‘boom-bust’ periode meemaakt.
De oliemarkt heeft sinds 2004 een ware ‘rollercoaster’ achter de rug. En dat na een relatief lange periode van rust. In de periode van medio jaren ’80 tot 2004 bewoog de prijs van een vat ruwe olie zich namelijk binnen een bandbreedte van 10 tot 30 dollar per vat .
Vanaf 2004 begon de prijs van ruwe olie echter aan een ongekende opmars. Eerst tot 40, 50 dollar per vat. Daarna, ten tijde van orkaan Katrina in augustus 2005 tot 70 dollar per vat. Op 26 februari 2008 bereikte de olieprijs een peil boven 100 dollar per vat. In de maanden daarna explodeerde de koers verder naar een climax van 147,50 dollar op 11 juli 2008. Een recordprijs voor olie, zowel in nominale zin als in reële zin (gecorrigeerd voor inflatie).
Dat was de top van de ‘rollercoaster’: daarna kwam de afdaling. Nadat de olieprijs dit record neerzette, is deze in een vrije val geraakt. Op 24 december 2008 kostte een vat olie op de markt nog maar 36,20 dollar: een duizelingwekkende daling van 75% in vijf maanden.
Wat kan deze achtbaanrit verklaren? Ten eerste is er de vaststelling dat de olieprijs bepaald wordt door niet meer en niet minder dan vraag en aanbod. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) beargumenteerde dat de scherpe prijsstijging sinds 2004 verklaard kan worden door een sterke vraag bij een krap aanbod.
De sterke vraag naar olie werd gedreven door de bovengemiddelde groei van de wereldeconomie. Met een gemiddelde groeipercentage van 4% in de periode 2000 - 2008 lag deze een procentpunt hoger dan het gemiddelde sinds 1970. De hoge groei werd mede gedreven door de integratie van opkomende economieën als China in de wereldeconomie.
Tegelijkertijd waren er knelpunten in het aanbod, zo zegt het IMF. Zo waren olieproducenten niet voorbereid op de sterke vraag. Lage voorraden en capaciteitsniveaus typeerden de start van de ‘boom’. Onderinvesteringen in de jaren ’90 - als gevolg van de destijds lage olieprijzen - waren hier debet aan. Toen de vraag eenmaal sterk begon aan te trekken, reageerden producenten alsnog traag. Dit kwam door incidentele oorzaken, als orkanen, technische problemen en geopolitieke spanningen.
Hoe zijn de vooruitzichten? De mondiale economische crisis heeft de achtbaanrit van de olieprijs in 2008 van koers doen veranderen. De vraag naar olie hangt nauw samen met de groei van de wereldeconomie. Het zwarte goud is onmisbaar voor transport, industrie en legio andere sectoren. Indien de economische activiteit afneemt, daalt ook de vraag naar olie.
Het International Energy Agency (IEA) houdt rekening met een daling van de vraag naar olie in 2009 met 1,1 procent op jaarbasis tot 84,7 miljoen vaten olie per dag, na ook al een daling in 2008 van 0,4%5. Twee opeenvolgende jaren van een dalende vraag is sinds 1982/1983 niet meer voorgekomen, aldus het IEA.
Echter, ook aan de aanbodzijde staan de ontwikkelingen niet stil. “Een prijs van 75 dollar per vat is fair voor producenten en consumenten”. Dat zei de koning van Saoedi-Arabië in november 2008 . Met dit in het achterhoofd is een verdere verlaging van de olieproductie door de OPEC in 2009 zeker niet onwaarschijnlijk. Met ruim 40% van de totale wereldproductie is de macht van de OPEC groot. Het kartel is in zekere zin prijszetter: niet OPEC-producenten als Rusland en Mexico volgen vaak het voorbeeld van de OPEC. Sinds september 2008 heeft de OPEC de productie dan ook al met 13% verlaagd.
Waar moet de markt op letten? In de komende maanden is het voor de oliemarkt van belang om de ontwikkelingen aan zowel de vraagkant als de aanbodkant in de gaten te houden. Zo zijn er eerste - zeer voorzichtige - tekenen van herstel aan de vraagkant. Het Amerikaanse ondernemersvertrouwen ISM is in februari 2009 voor de tweede maand op rij gestegen. In China - de tweede olieconsument ter wereld - is het ondernemersvertrouwen ook gestegen, evenals de kredietverlening. China zelf houdt rekening met een economische groei in 2009 van 8% .
Aan de aanbodkant zijn uiteraard de ontwikkelingen rond de OPEC van belang. Verder kunnen geopolitieke spanningen (Nigeria, Iran) de oliemarkt beïnvloeden. Op termijn kan de huidige crisis een hogere olieprijs uitlokken, aldus het IEA. De scherp gedaalde olieprijs maakt investeren in nieuwe productiecapaciteit onaantrekkelijk en kan het aanbod in 2009, en verder, onder druk zetten. Een soortgelijke situatie in de jaren ’90 heeft uiteindelijk mede geleid tot de recordprijzen voor olie.
Tot slot kan de koers van de Amerikaanse dollar van belang zijn. Een verzwakking van de dollar kan de olieprijs omhoog duwen.
Disclosure: Ravien Sewtahal is werkzaam bij ABN AMRO Markets Nederland. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel. Zijn mening kan derhalve afwijken van de algemene visie van ABN AMRO Bank N.V. De informatie in deze column is niet bedoeld als individueel beleggingsadvies of als een individuele aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.
|