China is uitgegroeid tot de tweede economie van de wereld, blijkt uit cijfers die de BBC vorige week bekend maakte. Dit ligt geheel in lijn met eerdere voorspellingen van het IMF dat China in 2010 Japan zou inhalen als economische grootmacht. Tot nu toe was Japan namelijk lange tijd de tweede economie van de wereld, na de Verenigde Staten (VS). Er wordt door analisten zelfs geopperd dat de economie van China binnen tien jaar net zo groot kan worden als die van de VS. Toch zal het land daarvoor nog wel enkele economische bedreigingen moeten overwinnen.
De Chinese economie is al jaren groeiende. Deze groei heeft ze zelfs tijdens de crisisjaren 2008 en 2009 vast weten te houden. De economische groei daalde in die jaren wel fors naar ongeveer zes procent, maar dat is nog steeds een groeicijfer waar menig westers land nu nog jaloers op zou zijn. Inmiddels laat de economie van China alweer groeicijfers van rond de 10 procent zien.
Dat China de economische crisis zo goed is doorgekomen, is vooral te danken aan het stimuleringsprogramma dat de overheid in het land heeft ingevoerd. De voornaamste pijlers in dit programma waren infrastructuur en woningbouw. Er is tijdens de crisis fors meer geïnvesteerd in wegen (50 procent meer in 2009) en spoorwegen (80 procent meer in 2009).
Inflatie
Deze overheidsinvesteringen hebben de economie draaiende gehouden. Nadelig gevolg hiervan is wel dat China nu kampt met een hoge inflatie die nog verder dreigt op te lopen. De inflatie in het Aziatische land liep in januari van dit jaar op naar bijna 5 procent. De huizenprijzen stijgen enorm, waardoor steeds minder Chinezen in staat zijn een woning te kopen. Dit terwijl en nog wel volop wordt gebouwd en geïnvesteerd in de vastgoedsector. China vreest voor een vastgoedzeepbel. De overheid heeft de banken daarom hogere kapitaaleisen opgelegd. Verder heeft de Chinese nationale bank de afgelopen maanden al diverse keren de rente verhoogd in een poging de inflatie omlaag te brengen.
Naast de overheidsinvesteringen heeft de export de Chinese economie voor een belangrijk deel draaiende gehouden. Om de export nog wat verder te stimuleren, houdt de overheid de koers van de renminbi kunstmatig laag. De vraag is echter hoe lang het land dit nog gaat volhouden. De VS voeren immers grote druk uit op het land om de koers van de renminbi te verhogen.
Wat wel vaststaat is dat China zich niet zal kunnen blijven verlaten op de export. De economische groei die de VS en de West-Europese landen de komende jaren doormaken, zal immers fors lager liggen dan die van China. Dat betekent dat de grootste importeurs van Chinese producten wellicht minder zullen gaan inkopen en de Chinese export dus daalt. Het is daarom voor de Chinese overheid nu vooral noodzakelijk om de binnenlandse investeringen weer aan te wakkeren. Iets wat met de stijgende voedselprijzen in het land niet gemakkelijk zal zijn.
Voedselprijzen en protest
De voedselprijzen in China zijn alleen al de afgelopen maand met 10 procent gestegen. Dit heeft grote gevolgen voor de portemonnee van de Chinese consument. Om de prijzen voor het dagelijkse eten in toom te houden, heeft de regering besloten meer binnenlandse voorraden aan te leggen en extra in te kopen in het buitenland. Dat de Chinese regering zo alert is op de stijgende voedselprijzen hangt met name samen met de maatschappelijke onrust die dit tot gevolg kan hebben.
De angst voor protest is niet geheel ongegrond. Afgelopen weekend werden diverse protesten in het land de kop ingedrukt toen via internet was opgeroepen massaal te demonstreren tegen de communistische regering van het land. Soortgelijke protesten waren al eerder te zien in diverse Arabische landen, zoals Tunesië en Egypte. De almaar stijgende voedselprijzen lijken een vruchtbare voedingsbodem voor het overslaan van dergelijke protesten naar de Chinese steden. Tweede economie of niet, het is nu dus vooral zaak de inflatie en oplopende voedselprijzen te temperen als de regering die economische positie wil vasthouden.
Amanda Bulthuis
|