Zo bedraagt het totale aantal inwoners van de 27 Eurolanden ongeveer 490 miljoen. De Verenigde Staten hebben bijna 310 miljoen inwoners. Tezamen maakt dat 800 miljoen. Enkel China heeft echter al 1,3 miljard inwoners. En India doet daar met 1,2 miljard eigenlijk maar nauwelijks voor onder. In dit artikel leest u meer over deze economische reuzen van de toekomst. Over hun kansen en uitdagingen en hoe hier als belegger op in te spelen.
China De Chinese economie groeide in 2008 met maar liefst 9%. Niet bepaald slecht voor een wereldwijd recessiejaar. Het jaar 2009 zal hier naar alle waarschijnlijkheid niet veel voor onder doen. Dat de Chinese overheid zich met vele aspecten van het leven bemoeit, is onmiskenbaar een punt van aandacht. Op termijn kan dit wellicht leiden tot politieke instabiliteit.
De Chinese munt, de renminbi ofwel de yuan, is als het ware gekoppeld aan de Amerikaanse dollar. Ten opzichte van de dollar is de renminbi waarschijnlijk te goedkoop. Dit is gunstig voor de Chinese export maar heeft tevens geleid tot forse dollarreserves in handen van de centrale overheid. De valutakoppeling, de lage lonen en het grote aanbod van Chinese arbeidskrachten hebben ertoe geleid dat China feitelijk de fabriek van de wereld is geworden. Keerpunt hiervan is dat in vele Chinese steden haast continu een dikke smog hangt door de vervuilende uitstoot van al deze fabrieken. Met bovenstaande hangt ook de volgende vraag samen: in hoeverre is het eigenlijk reëel als Nederland te claimen om steeds milieuvriendelijker te worden. En dat dit voor China ook maar eens moet gaan gelden. Terwijl veel van de consumentengoederen die Nederland nog wel degelijk consumeert nu niet meer in Nederland zelf maar in het goedkopere China geproduceerd worden. De milieuconsequenties zijn daarmee eigenlijk simpelweg verplaatst. Voor vele andere westerse landen geldt uitaard hetzelfde. We dwalen af... De sterk groeiende middenklasse vormt een steeds stabielere basis voor de interne Chinese economie. De overheid tendeert langzaam maar zeker richting een vrije markteconomie en vergeleken met India beschikt China over een beter ontwikkelde infrastructuur. India India valt misschien nog het beste te omschrijven als het China van tien tot vijftien jaar geleden. Waar het percentage inwoners onder de armoedegrens in China 8% bedraagt, geldt voor India een percentage van 25%. Pluspunt voor India is haar Engelstaligheid en het relatief hoge opleidingsniveau aldaar, waardoor in India relatief eenvoudig (IT-)diensten voor westerse landen kunnen worden verricht. Het is dan ook geen verrassing dat de dienstverlening de belangrijkste sector vormt van de Indiase economie. Opmerkelijk is het verschil in de gemiddelde leeftijd van de inwoners van India en China. In India is dit slechts 25 jaar, de Chinezen zijn een stuk ouder: gemiddeld 34 jaar. Naast de gebrekkige infrastructuur gelden voor India de inefficiënte bureaucratie, de inkomensongelijkheid en een relatief starre arbeidsmarkt als belangrijke aandachtspunten. Overigens gelden veel van deze punten ook voor China en andere opkomende markten. Hoe hierop in te spelen? Ondanks de nodige hobbels wordt voor zowel China als India nog een lange periode van relatief sterke economische groei voorzien. Dat de economie van een land sterk groeit, wil echter niet zeggen dat zich dat in een hoog rendement voor beleggers vertaalt. Net zoals een snel groeiend bedrijf niet per definitie ook een goede belegging hoeft te zijn. Sterker nog: uit verschillende onderzoeken blijkt dat landen met snel groeiende economieën nogal eens een slechter beursrendement opleveren vergeleken met landen met een juist wat minder snel groeiende economie. Net als snelgroeiende bedrijven, waarvan de aandelen vaak reeds een hoge waardering hebben, het nogal eens slechter doen dan bedrijven waarvoor de verwachtingen minder hooggespannen zijn. Waakt u er dan ook voor te beleggen in aandelen of beleggingsfondsen waarvan iedereen al een perfecte toekomst voorziet. Deze verwachtingen zitten dan vaak al in de koers verwerkt. Wanneer de toekomst opeens iets minder dan perfect blijkt, zijn het met name deze beleggingen die fors in waarde dalen. Beleggers in IT-gerelateerde aandelen eind jaren '90 weten daar alles van... Een vrij defensieve manier om toch op de groei van landen als China en India in te spelen, is het beleggen in (westerse) kwaliteitsbedrijven die een steeds groter deel van hun omzet in deze groeiregio's behalen. Vooral deze bedrijven profiteren van de sterk groeiende middenklasse in landen als China en India omdat zij daadwerkelijk aandeelhouderswaarde weten te creëren. Het voedingsmiddelenconcern PepsiCo bijvoorbeeld heeft er voor haar frisdranken en snacks enkel met China en India een slordige 2,5 miljard nieuwe consumenten bij gekregen. Op jaarbasis vertaalt zich dat in heel wat flesjes fris en zakjes chips. PepsiCo is dan ook een prima voorbeeld van een bedrijf dat vrijwel zeker nog lange tijd zal profiteren van de economische groei in opkomende markten als India en China.
Hendrik Oude Nijhuis
|