In hun permanente jacht op rendement vertonen steeds meer institutionele beleggers interesse voor beursgenoteerde aandelen in de markt voor infrastructuur. Ook vanuit het bedrijfsleven neemt de belangstelling voor eigendom en beheer van infrastructurele projecten toe. De marktkapitalisatie van deze snel groeiende sector is wereldwijd inmiddels gestegen naar 1,7 biljoen dollar. Dit heeft er toe bijgedragen dat infrastructuur een aparte, op zichzelf staande, beleggingscategorie is geworden.
De vraag naar infrastructuur wordt gedreven door de groei van de bevolking en een toename van de welvaart. Naar verwachting zal de wereldbevolking de komende 35 jaar stijgen van 6,5 miljard naar 9 miljard mensen. Daardoor zal de vraag naar huisvesting, openbaar vervoer, schoon water, recreatiegebieden, gezondheidszorg en scholing toenemen. Het aanbod van bijvoorbeeld wegen, vliegvelden en pijpleidingen is echter aan een maximum gebonden. Aanleg van nieuwe infrastructuur is niet alleen een langdurig, maar ook een kostbaar proces (HSL, Betuwelijn), terwijl de financiële middelen van overheden niet zelden beperkt zijn. In de financiering van deze projecten vindt dan ook steeds meer een verschuiving plaats van overheden naar het bedrijfsleven. Nederland loopt daarbij in de wereld overigens achter.
Wat verstaat men onder infrastructuur? Ten eerste zijn er bijvoorbeeld wegen, havens en vliegvelden die bijdragen aan de economische groei op lange termijn. Hier zijn grote investeringen mee gemoeid en ze hebben een zeer lange levenscyclus. Ten tweede is er de door de overheid beheerde infrastructuur zoals ziekenhuizen, scholen, sociale woningbouw, recreatiegebieden, treinstations en gevangenissen. Ten derde is er in een commerciële omgeving opererende infrastructuur zoals satellieten, kabelnetwerken en mobiele telefoonmasten. Tenslotte zijn er de nutsbedrijven, actief in water, elektriciteit en gas.
Beleggingen in infrastructuur hebben diverse aantrekkelijke eigenschappen. Het risicoprofiel is laag, de rendementen zijn stabiel over een zeer lange termijn, de kasstromen zijn voor een lange periode vastgelegd, vaak gegarandeerd door de overheid, de volatiliteit van de inkomensstroom is daardoor laag, de correlatie met andere beleggingen zoals aandelen, obligaties en vastgoed is beperkt en de opbrengsten zijn gerelateerd aan de inflatie. Het is dan ook niet zo vreemd dat steeds meer pensioenfondsen infrastructuur zien als een onvermijdbare nieuwe asset class. Wereldwijd hebben vooraanstaande pensioenfondsen reeds tot 10 % van hun portefeuille in infrastructuur belegd. Ook het PGGM en het ABP hebben aangegeven meer in infrastructuur te willen gaan beleggen. De lange levenscyclus en de vaste inkomensstroom maken infrastructuur bijvoorbeeld een interessant alternatief voor obligaties.
Infrastructuur heeft een geringe samenhang met andere beleggingen als aandelen, obligaties en vastgoed en is daarom vanuit het oogpunt van spreiding binnen een portefeuille zeer interessant. Het risico is hoger dan bij obligaties, maar lager dan bij aandelen en vastgoed. Het rendement is sterk vergelijkbaar aan dat van vastgoed. Belegging in infrastructuur is mogelijk via beursgenoteerde bedrijven. Voor particuliere beleggers is het op deze wijze echter moeilijk een goede spreiding aan te brengen en zijn de transactiekosten hoog. Voor hen moet een belegging eenvoudig verhandelbaar zijn, een transparante koersvorming kennen, een beperkte minimuminvestering vergen, een goede spreiding in de portefeuille bevorderen en tegen lage transactiekosten uitgevoerd kunnen worden.
Eén van de meest interessante financiële innovaties van de laatste tijd is het Exchange Traded Fund (ETF) ontwikkeld door Barclays, de iShares FTSE/Macquarie Global Infrastructure Index 100 (INFR). Via een enkel beursgenoteerd, dagelijks verhandelbaar aandeel verkrijgt de belegger toegang tot 's werelds belangrijkste infrastructuurbedrijven. Deze tracker investeert wereldwijd en de voornaamste posities zijn E.On, Suez, Endesa, Enel, Exelon, Iberdrola, RWE en National Grid. De tracker werd in oktober 2006 gelanceerd en realiseerde sindsdien een rendement van 15,6 %.
Auteur: Jan-willem Nijkamp Tielkemeijer & Partners Vermogensbeheer
Jan-Willem Nijkamp
|