Huidig
Elders in dit dossier is de geschiedenis tot 1979 uitgebreid omschreven. Na dit jaar heeft de Chinese staat tot heden een jaarlijkse economische groei weten te realiseren van gemiddeld 9,5 procent. In 2002 trad China toe tot de World Trade Organisation. Sindsdien groeit de economie ongekend hard door.
Buitenlandse bedrijven begonnen volop in China te fabriceren, terwijl Chinese exportcijfers zich bleven verbeteren. Philips was in de jaren '70 één van eerste westerse ondernemingen in China. De vraag blijft echter in hoeverre China's ware gezicht bekend is in het Westen. Er zou grootschalige kinderarbeid zijn, honderdduizenden worden door de staat aan hun lot overgelaten en sterven van de honger en politieke tegenstand eindigt nog steeds vaak in gevangenisschap of een plotselinge verdwijning van een persoon.
Maar of dat ook werkelijk allemaal gebeurt en in welke orde van grootte, weet eigenlijk niemand. Het is natuurlijk ook de vraag in hoeverre het land zelf in staat moet worden geacht om het leven van 1,3 miljard mensen (in 56 verschillende etnische groepen) goed bij te houden. Feit blijft dat het land geregeerd wordt door drie machthebbende lichamen: de staat, de partij en het leger, binnen een één partijensysteem. Iedereen kan voor zich wel een voorstelling maken hoe zo’n systeem in de praktijk werkt. Daarmee zijn ook de vermoedens naar de donkere kant van China verklaard. Buitenlandse inbreng De komst van Speciaal Economische Zones, waarin Westerse investeerders hun gebruikelijke vrije handelsspel hebben, draagt bij aan een goed investeringsklimaat. China is 's werelds grootste rijst en tarweproducent, terwijl de grondstoffenvoorraad gigantisch is (staal, fossiele brandstoffen). China heeft dit onder meer kunnen bereiken dankzij buitenlandse investeringen; geen enkel ander land weet per jaar zoveel kapitaal aan te trekken; ruim USD 60 miljard. Meer dan 180 landen investeren in China.
De buitenlandse investeerders komen af op de snelle economische groei van het BBP, de gunstige economische vooruitzichten en de omvang van de markt. Tot noch toe vinden de meeste investeringen plaats in de Chinese kustprovincies, waar ook de grootste steden liggen (Shanghai, Guangzhou, Tianjin en Beijing). De verwachting is dat investeerders zich in de toekomst ook zullen richten op de provincies landinwaarts. De loonkosten in de grote kuststeden stijgen namelijk sterk. Naast deze stijging is een tekort aan arbeiders ook een reden om elders in China te gaan zoeken naar mogelijkheden.
De Chinese overheid probeert overigens de investeringen bij te sturen, zodat de sociale verschillen tussen de armere streken en de kust worden verkleind. Daarnaast zijn de belastingtechnische voorwaarden bij hightech investeringen beter dan bij andere investeringen, waarmee het werkniveau in het land verbeterd wordt.
Ook het consumentengebruik speelt een rol in de ontwikkeling van de Chinese economie. Doordat het BBP stijgt, worden ook de consumentenuitgaven aanzienlijk vergroot. Het gemiddeld hoger inkomen dat de Chinezen nu hebben zorgt tevens voor een sterkere vraag naar importproducten. Daarnaast zijn (met name Amerikaanse) financieel experts van mening dat China profiteert van een ondergewaardeerde munt. De import steeg in 2005 met 30 procent. De exportcijfers zijn eveneens florissant met een toename van 22 procent.
Tussen 2002 en 2005 werd een jaarlijkse groei bewerkstelligd van 32 procent, waarmee China de rest van de wereld qua stijging ver achter zich laat. Ongeveer de helft van de export wordt verzorgd door in China gevestigde buitenlandse bedrijven. Sinds de jaren '90 maken ook Nederlandse bedrijven volop winsten in China. Inmiddels zijn 's lands grootste bedrijven daar actief, hoofdzakelijk in industriële context. In 2005 hadden alle Nederlandse bedrijven tezamen 282 miljoen euro direct in China geïnvesteerd.
Kredietcrisis Ook China is hard getroffen door de kredietcrisis. Aanvankelijk leek het dat China de kredietcrisis met gemak zou overleven en zelfs zou bijdragen aan wereldwijde economische groei. Inmiddels is de economische groei in China flink teruggelopen. Men verwacht een economische groei van bijna 6%, een percentage waar ieder westers land op dit moment van droomt, maar dat is aanzienlijk minder dan de economische groei in voorgaande jaren. Dit komt natuurlijk voor een groot deel door de dalende export van het land.
Om de economie op gang te helpen heeft de Chinese regering een stimuleringsplan van 585 miljard dollar geimplementeerd. Er wordt onder meer flink geïnversteerd in de infrastructuur van het land. De investeringen kunnen zich in de toekomst terug betalen en laten voorlopig de binnenlandse vraag naar grondstoffen flink oplopen. De wereldbank verwacht dat de economie in China dit jaar met 6,5% zal groeien. Naar verwachting heeft bovengenoemd stimuleringspakket een positief effect op de hele regio. Daardoor profiteren ook landen als Vietnam, Hong Kong en Taiwan.
|