Door de lage dekkingsgraad zijn enkele Nederlandse pensioenfondsen genoodzaakt de pensioenen te verlagen. Toch is dat niet nodig.
Sinds minister Donner aangaf dat enkele Nederlandse pensioenfondsen genoodzaakt waren om pensioenen te verlagen, zijn veel pensioendeelnemers en pensioengerechtigden geschrokken. Hoewel in het pensioenreglement altijd een artikel is opgenomen die het mogelijk maakt om pensioenen te verlagen als het voortbestaan van het fonds in het geding is, wordt de huidige eis van de DNB om te korten vooral veroorzaakt door nieuwe regels die slecht aansluiten bij de natuurlijke fluctuaties op de financiële markten en het langetermijn karakter van pensioenen.
Lagere koers aandelen
Pensioenfondsen hebben het de laatste jaren niet gemakkelijk gehad. In 2008, toen de kredietcrisis in volle gang was, daalden beurskoersen razendsnel. Daarmee werd ook de buffer aangetast van de pensioenfondsen. De DNB bepaalt de minimale buffer die een pensioenfonds in kas moet hebben op 105% van alle toekomstige pensioenverplichtingen. Dat wordt de dekkingsgraad genoemd. Veelal hebben pensioenfondsen ongeveer 50% van hun vermogen in zakelijke waarden (aandelen) en door de gedaalde beurskoersen was de dekkingsgraad snel kleiner geworden tot ongeveer 90%. Pensioenfondsen moesten een herstelplan indienen, waarin werd aangegeven hoe ze dachten de buffers te verhogen. Gelukkig stegen de aandelenbeurzen in 2009 bijzonder sterk en stegen de buffers van pensioenfondsen weer tot boven 100%. Maar de buffers bleven onder druk staan.
Nieuwe sterftetafel
Maar dit jaar werden de pensioenfondsen wederom door onheil getroffen.
Ten eerste werden de regels m.b.t. de te gebruiken sterftetafel, die wordt gebruikt om de dekkingsgraad uit te rekenen, gewijzigd. Vroeger pasten de pensioenfondsen hun sterftetafel aan als het Actuarieel Genootschap – een wijze club van verzekeringswiskundigen – de sterftecijfers van de afgelopen vijf jaar hadden gewikt en gewogen en een nieuwe tabel hadden uitgegeven. Maar tegenwoordig moeten pensioenfondsen verplicht de sterftetabellen gebruiken van het CBS. Het CBS had gemeten dat de levensverwachting in Nederland weer flink was gestegen. Het effect van de maatregel was dat de dekkingsgraad met 5% naar beneden ging. Pensioenfondsen die eerst op een dekkingsgraad van 100% stonden, gingen nu naar een dekkingsgraad van 95%.
Lage rente
Ten tweede werden pensioenfondsen getroffen door de lage rente. Om de economie te stimuleren hadden overheden in 2008 de rente sterk verlaagd. Door de recente onrust op de aandelenmarkten zochten beleggers naar alternatieven voor aandelen en kwamen uit bij staatleningen, ook al boden die bijzonder lage rendementen. De rente van een Nederlandse staatslening voor 10 jaar kwam deze maand onder de 2,5%.
Sinds 2007 mogen pensioenfondsen niet zelf meer bepalen op welk rentepercentage ze de toekomstige verplichtingen willen bepalen, maar zijn ze verplicht om de actuele marktrente aan te houden (zero-coupon rentetermijnstructuur). Die was flink gedaald. Dat lijkt wellicht onbelangrijk, maar in feite heeft een klein renteverschil een gigantische uitwerking op de verplichtingen van het pensioenfonds. Dat rentepercentage wordt gebruikt voor de berekening van alle toekomstig te maken rendement van alle deelnemers, tot het tijdstip dat de laatste deelnemer is overleden. De DNB stelt eigenlijk dat als de rente nu laag is, die in de komende tientallen jaren ook zo laag zal blijven. Omgekeerd, als de rente heel hoog zou staan, gaan ze ervan uit dat de rente de komende tientallen jaren ook hoog zal blijven. De ene keer zal dat grote verliezen geven voor het pensioenfonds, de andere keer exorbitante winsten. Er wordt geheel voorbij gegaan aan de normale fluctuaties in de renteontwikkeling over de loop van jaren.
Pensioenfondsen zijn rijk
Deze maatregel zorgde dit jaar voor een verdere verlaging van de dekkingsgraad tot veelal 90%. De verlagingen ontstaan door een wijziging van de waarderingsregels en niet door verliezen van de pensioenfondsen. Vrijwel alle pensioenfondsen boekten vorig jaar winst en het vermogen nam toe. Het in problemen geraakte Pensioenfonds voor Apothekers had eind 2009 een belegd vermogen van 924 miljoen euro en in 2009 bedroegen de beleggingsopbrengsten 45 miljoen. De portefeuille bestaat voor 62% uit vastrentende waarden. Het pensioenfonds van de MetalElektro had eind 2009 een belegd vermogen van 22 miljard euro, die voor meer dan 50% belegd was in vastrentende waarden. Geld genoeg in kas om de pensioenen uit te keren. Geen acuut gevaar voor het voortbestaan van het pensioenfonds. Het voldoet alleen niet aan de strenge regels van de DNB die vooral op de korte termijn zijn gericht.
Afstempelen niet nodig
De eisen van de DNB hebben vervelende consequenties voor de pensioenfondsen die niet snel genoeg weer kunnen voldoen aan de eisen van DNB. Ze kunnen de premies verhogen – maar dat hebben ze al gedaan - of ze kunnen de pensioenuitkeringen verlagen – afstempelen. Voor deelnemers die nog niet met pensioen zijn gegaan, is het afstempelen van het pensioen minder ernstig. Bij stijgende beurzen en een stijgende rente zal de dekkingsgraad snel toenemen en kan het pensioenfonds de pensioenen weer verhogen. Voor pensioengerechtigden is de maatregel wel sneu, want de maandelijkse pensioenuitkering wordt verlaagd. Dat geld ontvangen ze niet. Die korting is dan geheel onterecht, want de pensioenfondsen zwemmen nog in het geld.
Terug naar af
Ik denk dat de DNB de huidige waarderingsregels, die zijn ontstaan na de sterke beursdaling van 2002, moet schrappen en weer terug moet naar de waarderingsmethoden van voor 2007. Toen bepaalde het bestuur en de Actuaris het rentepercentage waarop de Voorziening PensioenVerplichtingen berekend moesten worden. Er werd een gelijkmatig verloop nagestreefd, waarbij gemiddeld werd over een groot aantal jaren. Ook werd niet krampachtig vastgehouden aan een minimale dekkingsgraad van 105%. Er werd geaccepteerd dat de waarde van beleggingen fluctueert, maar dat door de lange beleggingshorizon van een pensioenfonds de gemiddelde waardeontwikkeling positief is.
Door winsten op de beurs via een verhoging van het pensioen uit te keren, profiteerden de deelnemers. Door de verhoging van de pensioenen te schrappen in slechte beursjaren, konden de buffers worden versterkt van het fonds. De eisen van de DNB zijn voor de pensioenpraktijk veel te veel op de korte termijn gericht en sluiten niet aan bij het beleid op de lange termijn van pensioenfondsen en beurzen. Daardoor worden ongewenste en onnodige maatregelen genomen zoals korting op de pensioenuitkeringen terwijl de kassen van de pensioenfondsen goed gevuld zijn.
Martin Plooi
|