Een aantal van de Afrikafondsen, die momenteel voor handen zijn voor de Nederlandse belegger, zou beter grondstoffenfonds genoemd kunnen worden dan Afrikafonds. Dat stelt Frank Streppel, deputy director van Triodos Investment Management: "Het thema Afrika wordt wel eens opgeklopt."
"Bij het kiezen van Afrikafondsen is belangrijk om te zien wat er nu precies in die fondsen zit", aldus Streppel, die vanuit zijn werk zitting heeft in de Raad van Commissarissen van een aantal Afrikaanse microfinancieringsbanken in Kenia, Madagaskar en Tanzania. "Ik heb vaak het gevoel dat het thema Afrika daarbij wordt opgeklopt, omdat het marketingtechnisch goed te plaatsen is. Maar wie aandacht kijkt naar de sectoren waarin die fondsen beleggen, ziet dat het voor een groot gedeelte mijnbouwbedrijven zijn. In Afrika zit dan ook een hoop welvaart in de grond. Voor mijn gevoel worden de fondsen echter aangeboden als een investering die bijdraagt aan de sociale en economische ontwikkeling van het werelddeel. Daar zet ik grote vraagtekens bij."
"Het is belangrijk om de portefeuilles aandachtig te bestuderen vooraleer belegd wordt in dergelijke fondsen. In hoeverre is er sprake van een Afrikafonds als het in werkelijkheid gaat over olie, goud of platina? Meestal zijn andere stabiele factoren ook vertegenwoordigd, zoals de telecomsector en het bankwezen, maar dan heb je het al redelijk snel gehad."
"Daarnaast is het aantal landen waarin geïnvesteerd wordt beperkt, natuurlijk mede omdat in Afrika niet veel landen te vinden zijn met goed functionerende beurzen. Hierdoor komt het zwaartepunt op Zuid-Afrika te liggen, met een deel Egypte, Nigeria of Kenia."
Mismatch
Volgens Streppel dekt de term 'Afrikafonds' dan ook de lading niet: "Wat gecommuniceerd wordt als 'Thema Afrika' en wat daadwerkelijk in de fondsen zit, is niet in overeenstemming. De portefeuilleopbouw of het rendement heeft namelijk niet zozeer te maken met de ontwikkeling van Afrika, maar veel meer met de stijging van allerlei grondstofprijzen. Beleggers zouden per fonds nauwkeurig moeten bestuderen hoe een bepaald fonds is opgebouwd."
Op zich is de ontwikkeling dat meer beleggingsmogelijkheden in Afrika voor handen komen een goede, meent Streppel: "Ik vind het prima dat die fondsen er zijn en dat men Afrika op een andere manier benadert. Het is een positieve ontwikkeling dat het werelddeel als investeringsmogelijkheid wordt onderkend. Als geheel is er ook sprake van een economische groei, die ook samenhangt met de ontwikkelingen op de grondstoffenmarkt. Vooral de landen die delfstoffen exporteren, laten een stijging zien. Helaas is het echter vaak zo dat slechts een kleine bovenlaag profijt heeft van deze effecten."
Positiever is volgens Streppel dat ook landen zonder grondstoffen de wind in de zeilen hebben: "In Oost-Afrika zijn geen grote exporteurs, maar toch groeit de economie daar al een paar jaar op rij met 6 tot 7 procent. De economische basis is dus versterkt geraakt. In een land als Kenia, dat voor die regio erg belangrijk is, zijn natuurlijk grote problemen ontstaan bij de verkiezingen in december en de nasleep daarvan in januari. De economie heeft daar in eerste instantie een behoorlijke klap van gekregen, maar als je ziet hoe snel het herstelde en zelfs nog dit jaar een groei van circa 6 procent bereikt zal worden, dan is duidelijk dat er sprake is van een heel goede basis. Belangrijk is dat de middelen die met de groei worden gewonnen, deels worden ingezet in de ontwikkeling van de infrastructuur. De toekomst hangt daar in hoge mate vanaf."
Onderlinge handel
Volgens de Triodos Fundmanager is het moeilijk in te schatten of de groei in Afrika stand kan houden: "Gedurende de hele jaren '90 had een land als Kenia nog een negatieve groeiontwikkeling. Dat is nu omgedraaid, maar het is moeilijk om in de toekomst te kijken voor Afrika gezien de korte tijd waarin een groei waarneembaar is. Het blijven heel kwetsbare economieën, die afhankelijk zijn van een paar exportproducten en enkele sectoren."
"Positief is wel dat men veel minder afhankelijk is van externe geldstromen. Export en toerisme hoeven niet altijd bepalend meer te zijn. De lokale productie wint aan omvang. Wat goed zou zijn is dat er meer handel op gang komt tussen Afrikaanse landen onderling. Dat zou een heel belangrijke basis moeten gaan vormen voor de economische ontwikkeling op langere termijn. Vooralsnog is de schaal daarvan veel te klein. Men is erg gericht op export naar het Westen en Azië." Het toenemende belang van Azië in Afrika vindt Streppel eveneens moeilijk te duiden: "Het is lastig te overzien wat daar precies de gevolgen van zullen zijn."
Gerelateerd:
Cornelis van Zutven
|